0:04 R in the desert I see but will right and he will do something new to make will there to be no he works in way we can see he will make for me he will be my god
0:49 me to love str new days. He will make a He will make with love for he broken Love strength reach new day
1:35 he will make a he will make [Muziek] He will make a way for you. You were crew. behind [Muziek] you
2:22 die reed al like a rose trampled on the ground you took the fall and thought of [Muziek] above allers all kings above all nature and all cre things
3:07 above [Muziek] all the ways of you here before the world began above all kingdoms above all thrones above all wonders [Muziek] treures of the
3:53 there no way to meure your You were crucified [Muziek] and laid behind the stone. you and die reed and alone like a rose trampled on the ground you took the fall of me
4:41 like a rose tr on the ground [Muziek] you took the thought of me [Muziek] There is nou [Muziek]
5:27 like you do. [Muziek] I could search for [Muziek] there is like you [Muziek] there is like you [Muziek] No one else can touch my heart like you do. I could search I could search for all eternity
6:13 [Muziek] and find there is n you [Muziek] flows river so healing comes from your suffering children sa in your
7:05 like you there is n you there is like you there no no no else canou my heart like you do and i could search i could search [Muziek] is like you search for
7:51 eternity and there is [Muziek] there is n [Muziek] like
8:39 [Muziek] We give than heart. Give than to the holy one. Give than because he given Jesus Christ his son. Give than with a grateful heart.
9:25 Give than to the holy one. Give than because he given Jesus Christ his son. And now let the we say I am strong. Let
10:14 Ja. Goedemorgen allemaal. Hartelijk welkom gemeente van de Here Jezus Christus. Broeders, zusters, jongens en meisjes die ook in de dienst zitten. Gasten, misschien zijn er mensen op vakantie. Nou, die zijn wellicht aan het uitslapen. Ehm ja, dus ook de kinderen in de dienst van harte welkom. Eh ik ben Bart Mooi. Ik ben oudste in deze gemeente en we hopen
10:59 dat u zich thuis voelt hier en dat we vanmorgen met elkaar de Heer mogen ontmoeten en een bijzondere dienst met elkaar mogen hebben. Een mooie psalm, Psalm 111 vanaf vers 1. Halleluja. Ik zal de Here loven met heel mijn hart in de kring van de oprechten en in hun gemeenschap. De werken van de Here zijn groot. Zij worden onderzocht door allen die er vreugde in vinden. Zijn daden zijn vol majesteit en glorie. Zijn gerechte goud houdt voor eeuwig stand. Geweldig. Zo God mogen wij dienen en ehm wij mogen ook zo hem zoeken en eh zijn woord onderzoeken. Laten we de dienst openen met gebed. En wilt u daarbij gaan
11:44 staan indien mogelijk? Trouwe God de Vader, we zijn u dankbaar Heer, dat we voor uw aangezicht mogen verschijnen. Dat we bij U mogen komen, Heer, in alle vrijheid wat niet vanzelfsprekend is, maar het is goed Heer, U te ontmoeten en zo met elkaar eh een verlangen te hebben om deze morgen ook eh ja, bij U te zijn, Heer. En nu ehm wilt ook zo tot ons spreken, tot ons persoonlijk, omdat U eh betrokken bent en bewogen bent met ons persoonlijk leven, Heer. Niet alleen met ons als gemeente, maar ook heel persoonlijk, Heer. Want U kent ons. U heeft ons gemaakt. U door grond ons. En geweldig is dat Heer. Maar ja, we willen U hier ook zijn om echt U de eer te geven en om
12:32 ook te belijden Heer dat we een verlangen hebben om U weg te gaan en meer en meer te ontdekken van wie U bent Heer. Dat we u mogen volgen. Dat we u mogen dienen. Heer, dank U wel dat U zo met ons bezig bent en dat we zo met elkaar een bijzondere dienst mogen hebben. En daarbij spreken we uit dat onze hulp verwachten van hem die de hemel en de aarde gemaakt heeft, die trouw is en die nooit loslaat het werk van zijn handen. Genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Here Jezus Christus in gemeenschap met de Heilige Geest. Amen. Gaat u zitten. Nou, nogmaals welkom ook aan de mensen die met ons verbonden zijn via de livestream. Fijn dat we zo ook met elkaar eh de dienst kunnen volgen. Welkom ook broeder Henk Imton die vanmorgen met ons het woord eh gaat
13:17 delen. We zien er naar uit. Dan is het eh officieel ook in het midden van het land hè waar wij toe behoren zomervakantie. En ehm en we hopen dat ook u, jij, jullie een tijd van eh rust mogen hebben. Eh voor degene die op vakantie gaan eh ook echt een goede vakantie gewenst. dat eh ja, dat ook dat een moment mag zijn om te reflecteren en tot rust te komen. Eh in de vakantie betekent het ook dat we komende weken geen eh kinderkerk hebben. Wel is de crash en opvang voor de kinderen van groep 1 tot en met vier tijdens de preek. Dus als de preek begint, kunnen de kinderen van groep 1 tot 4 eh richting de voer en dan zal je opgevangen worden. Maar het is goed om zo ook met elkaar eh
14:04 van alle leeftijden met elkaar zo in dienst te mogen beleven. Dan hebben we een geboortebericht binnengekregen. Op vrijdagochtend 18 juli is Ella Rut de winter geboren. Ze is de dochter van Jeffrey en Julia de Winter en zusje van Vick en Evy. Nou, van harte gefeliciteerd. Vader zit hier vooraan. Super. Heel bijzonder dat ook zo eh het allemaal goed gegaan is voor jullie prachtige gezin. Dan ehm willen we nu nog eh een tijd nemen van gebed. Laten we bidden. Vader, dank U wel Heer dat we voor uw troon mogen verschijnen. Heer, met
14:51 ja, ons als gemeente komen we bij U Heer. We mogen met elkaar het lichaam zijn van Christus. Gemeente Heer, waarvan U het hoofd bent, Heer. En U bent ehm ja, U bent zo goed en U bent zo genadig en U bent zo rechtvaardig, Heer. En U ehm ja, U kijkt naar ons en ja, als wij kijken naar onszelf, dan schieten we zo tekort en dan denken we vaak wat maken we er een ja, een zooitje van. Heer. Maar ehm ja, door uw genade, Heer, ziet U ons ehm ja, rechtvaardig. Hoe bijzonder is dat? En daar zijn we U zo dankbaar voor dat U
15:37 ehm in uw genade ons tegemoet komt en dat we zo mogen verschijnen voor uw troon, Vader. En daarbij spreken we ook uit, Heer, dat we misschien vaak eh eh ja, domme keuzes maken of van U afgedwaald zijn of de verkeerde kant op gaan. Heer, maar dan trekt U ons weer en brengt U ons terug, Heer. En daarom heeft U ook ons aan elkaar gegeven als gemeente om elkaar te bemoedigen, om elkaar aan te moedigen, te sterken, te ondersteunen. En dat we ook aan elkaar onze moeites mogen belijden en zo voor elkaar mogen bidden. Heer, dank U dat U zo in ons werkt en zo ook de gemeente wil eh wil zegenen en wil gebruiken tot opbouw en eer van uw koninkrijk. Vader,
16:23 we danken U, Heer, ook voor eh ja, voor het wonder wat U heeft gegeven. Vader, we danken U dat U ehm op een bijzondere manier eh steeds weer ehm leven schenkt en dat we dat zo ook vanmorgen mocht mochten zien. Heer, we danken U, Heer, dat U dat leven geeft uit uw hand. En wil ook eh zo bidden Heer voor Jeffre en Julia dat ze echt de kracht en de liefde mogen ervaren om eh en de wijsheid om eh op te voeden en om ouders te zijn ook eh voor Vik en Evy waarin ze mogen ervaren dat U hun draagt en hun wijsheid geeft. Heer
17:08 en elke keer opnieuw zijn we verwonderd voor het leven wat U schenkt en is het niet vanzelfsprekend. Heer, dank U wel daarvoor dat U daarin ons wil leiden, Heer. Maar we zijn ook hier als gemeente waarin we beseffen dat er noden zijn, dat er mensen zijn die ziek zijn. En als we van de week in de gebedsmail die sommige van ons krijgen de lijst naar voren kregen met al die namen van mensen die toppben met gezondheid of met ziekte of met eh eh psychische noden. Heer, dan bidden we U. Wilt u U ontfermen, Heer. En ik wil ook specifiek nog eh denken ook aan die namen die er niet op stonden aan broeder Wim Hogerdijk, Heer, die een moeilijke tijd eh heeft. Here, we bidden voor ehm eh uw genezing in uw herstel, uw kracht,
17:55 Heer, dat ze als gezin eh een bijzondere eh eenheid mogen ervaren waarin ze mogen ontdekken dat U hen draagt. Heer, bid ook voor Janneke van Dijk, Heer, voor dat moeilijke traject van chemo die zij moet ondergaan. Heer, bidden voor genezing en herstel en uw leiding, Heer. Dat U hun mag dragen en hun mag bemoedigen, Heer. En zo zijn er veel in onze gemeente nogmaals die kampen met ziekte en met strijd. Heer, dat U ze mag dragen en mogen ervaren dat ze er niet alleen voor staan. Heer, zo is veel nood om ons heen. Zoveel zoveel gebrokenheid, Heer. En daarin belijden we dat we niet zonder U kunnen en eh verlangen we daarnaar, Heer, om eh naar U weg te gaan en door U
18:43 eh ja, door U gedragen te worden. Heer, we bidden ook voor Israël, voor de vrede van Jeruzalem, Heer, voor de mensen die daar lijden, Heer. En zo ook eh bidden we voor eenheid in ons midden, de onderlinge liefde. Maar Heer, we zijn ook dankbaar voor alles wat U doet in ons midden en voor alle mensen die zich inzetten. We bidden voor de periode van rust die we ingaan in de vakantieperiode. Dat we losgekoppeld mogen worden van de drukte van het werk of van het dagelijks leven of misschien van het van eh eh de drukte van school. En dat we daarin eh ook echt u mogen vinden, U mogen zoeken en daarin bemoedigd mogen worden. Vader, eh wilt u zo Henk zegenen dat U eh hem de woorden mag geven als het woord gaat brengen. En Heer ook zo eh de
19:28 mensen hier van de muziek dat ze ons mogen meenemen in aanbidding. Dat we ons hart mogen richten op U Heer. Dat is ons verlangen. En zo zien we uit naar een bijzondere dienst ter opbouw van uw gemeente. In Jezus naam. Amen. Dan zal nu eh de collecte rondgaan. Die zal uitgedeeld worden vanuit de buitenkant en dan naar binnen doorgegeven worden. Één rij naar achter en weer terug. Wil je dat ook van harte bij u aanbevelen. Misschien ook een mooie gelegenheid om na te denken eh wat u kunt doen. Alleen niet op dit moment, maar ook eh op een andere manier om eh financieel eh bij te dragen. Het is goed om dat te doen en daarin te zaaien in Gods koninkrijk.
20:35 Nou, goedemorgen allemaal. Fijn dat u er bent. Het eerste nummer dat we met elkaar gaan zingen is Jezus overwinnaar. [Muziek] Waar u verschijnt wordt alles nieuw. Want U bevrijd en geeft leven. Elke stor verstilt door de klank van uw ster.
21:22 Alles buigt voor koning Jezus. [Muziek] U bent de held die voor ons strijdt. U baant de weg van overwinning. En elke vijand vlucht. Ieder bolwerk valt neer naar boven alle mijn hoogste Heer. Voor eeuwig. Voor eeuwig
22:07 is uw heerschappij. Uw troon staat on kop. Onge even naar de kracht ligt in uw grote naam. Jezus overwinnen. [Muziek] De duisternis ligt op door U. De duivel is door u verslagen. [Muziek] En dood. Waar is je macht? Waar is je prikkel gebleven?
22:56 Jezus leeft en ik zal leven. [Muziek] De schepping knielt [Muziek] in diepst. Macht de hemel juigt voor onze koning en de machten van de hel weten wie er regeert naar boven alle namen oogste Heer [Muziek] voor ewig is uw heerschappij.
23:43 Uw trou staat onlang op. [Muziek] Ongerevenevenaar de kracht ligt in uw grote naam. Jezus overwinen. Voor eeuwig is uw heerschappij. Uw troon staat onlog op. Ongerevene naar de kracht ligt in uw grote naam. Jezus overwen.
24:29 [Muziek] Naar boven alle namen, naar boven alle namen. Naar boven alle namen, [Muziek] naar boven alle namen. [Muziek]
25:17 Van boven alle namen, naar boven alle namen. [Muziek] Naar boven alle namen, naar boven alle namen. [Muziek] Naar boven alle namen. Na boven alle namen. Voor eeuwig is uw heerschap bij. Uw trou
26:03 staat omhoog voor even naar de kracht ligt in uw grote naam. Jezus overwinna [Muziek] even naar de kracht ligt in uw grote naam Jezus overwinnen. U bent Jezus zverwinnaar. [Muziek] U bent Jezus verwerwinnaar.
26:50 [Muziek] Jezus, [Muziek] hij is de herder van mijn hart. hart. Alles waar ik altijd naar heb verlangd. Jezus, hij heeft zich als een trouwe vriend bewijzen. Mijn Jezus,
27:36 hij is mijn oasend leden in de woestijn. Ik ben van mijn geliefde en hij is van mij. Geef mij Jezus hem alleen. Geef mij Jezus anders geen en alles wat deze
28:22 wereld mij bient valt in het niet bij Jezus. Jezus, hij is de herder van mijn hart. Alles waar ik altijd naar heb verl Jezus. Hij heeft zich als een trouwe vriend bewezen. Mijn Jezus, hij is mijn oasen
29:14 midden in de woestijn. Ik ben van mijn geliefde en hij is van mij. [Muziek] Geef mij Jezus hem alleen. Geef mij Jezus anders geen alles wat deze wereld mij biedt, valt in het niet bij
30:01 Jezus. [Muziek] Ik wil niets liever. Ik wil niets liever dan Jezus. hem alleen. Ik wil niets liever dan Jezus hem alleen. Ik wil niets liever dan Jezus
30:48 hem alleen. Ik wil niets liever dan Jezus hem alleen. Ik wil niets liever dan Jezus. Alleen ik wil niets liever dan Jezus hem. Ik wil niets liever dan Jezus hem alleen. Ik wil niets liever dat Jezus hem alleen. Ik wil niets liever dan Jezus. hem alleen.
31:34 Ik wil niets liever dan Jezus. Hem alleen. Ik wil niets liever dan Jezus. Hem alleen. Ik wil niets liever dan Jezus. Enem alle. [Muziek] Geef mij Jezus hem alleen. Geef mij Jezus anders. Geen alles wat deze wereld mij biedt, valt in het niet.
32:22 Jezus [Muziek] Jesus the center of all
33:10 [Muziek] Jesus the center of from begin to the end. It will always be always been you Jesus [Muziek] the center of Jesus the center of from begin to the
33:57 Jesus [Muziek] nothing else matter nothing in this world will do Jesus the center. [Muziek] Jesus [Muziek] the center of all
34:44 [Muziek] Jesus be the center of my life. From beginning to the end, it will always be It's always been you. Jesus nothing els [Muziek] nothing in this world will do
35:31 Jesus the center in every falls around [Muziek] Jesus nothing else nothing in this world will do. [Muziek] Jesus the center every [Muziek] Jesus you
36:20 from my heart to the heavens Jesus be the center It's all about you. Yes, it's all about you. From my heart to the heavens, Jesus be the center. It's all about you. Yes, it's all about you. From my heart to the heavens. Jesus be the center. It's all about you. Yes, it's all about you. From my heart
37:06 to the heavens, Jesus be the center. It's all about you. All about Jesus be the center of your church every will b every t it's always you Jesus [Muziek] Jesus
37:53 [Muziek] from my heart to the heavens Jesus all about my heart to the heavens Jesus be the center. It's all about you.
38:40 Yes, it's all about you. From my heart to the heaven. all about my heart to the heavens Jesus be the center all about you all about you from my heart to the heavens all about [Muziek]
39:25 all about my heart to the heavens Jesus be the center all about yes it's all about [Muziek]
40:12 U bent niet bang voor mijn vragen. Mijn twijfel schikt u niet af. U dijs die terug bij het zien van mijn falen. Daarin mijn zwakte zie ik uw kracht. [Muziek] U bent niet verrast als ik struikel. Niet boos of teleurgesteld. U tilt mij op en u toont mij uw goedheid. Daarin uw armen vind ik herstel. En u strekt zich uit naar mij. Wat ik ook toevoel,
40:58 er is geen afstand tussen u en mij. Er is geen schuld. uw om keer bij u te zien. Er is geen afstand tussen u en mij. [Muziek] U heet mij altijd weer welkom. U schud het stof van mij af.
41:44 Ik zie compassie en trots in uw ogen. Ik kom tot leven. Bij het zien van uw lach. [Muziek] Niet langer gepukt onder schaamte, want U heeft mij vrijgemaakt. Nu ga ik staan op uw woord en belofte. U bent de Vader die mij nooit verlaat. U strekt zich uit naar mij. En wat ik ook doe of voel, er is geen afstand tussen u en mij.
42:31 Er is geen zadel van om keer bij u te zien. Er is geen afstand tussen u en mij. [Muziek] Dit is waar ik hoort te zijn. Ik dichtbij u. U dicht bij mij. Ik wil nu niets anders meer. Ik geef mij over.
43:16 Dit is waar ik hoor te zijn. Ik dicht bij U. U dicht bij mij. Ik wil nu niets anders meer. Ik geef mij over. Dit is waar ik hoort te zijn. Ik dicht bijij u. U dicht bij mij. Ik wil nu niets anders meer. Ik geef mij over. Dit is waar ik hoort te zijn. Ik dicht bij U. U dichtbij mij. Ik wil nu niets anders meer. Ik geef mijzelf.
44:06 [Muziek] U strekt zich uit naar mij. Wat ik ook doe of voel, er is geen afstand tussen u en mij.
44:53 Er is geen schat van om bij hun te zien. Er is geen afstand. En u strekt zich uit naar mij. Wat ik ook toe voel, er is geen afstand tussen u en mij. Er is geen schat van om keer bij U te zien. Er is geen afstand tussen u. en mij
46:01 kinderen kunnen dus eh naar de kindernevendienst. Tot groep 4 was het volgens mij. Laten we voordat we het woord openen beginnen met gebed. Heer, wat een wonder. Wat een wonder, Heer, dat er geen afstand is tussen U en ons. Dat U op dit moment in ons midden bent, Here. En dat U verlangt om tot ons hart te spreken, Heer. En wij verlangen ernaar om U te om U te horen, Heer. Heer, open onze oren. Open onze ogen dat we iets van uw heerlijkheid mogen gaan zien. Open uw
46:48 woord, Heer, dat levend en krachtig is en scherper dan het tweesnijdend zwaard, Heer. Want wij verlangen ernaar dat U in het centrum staat. in het centrum van onze gemeente en in het centrum van ons leven. Heer dat het om u gaat, om U alleen. Open zo uw woord, Heer en zegen dit moment in Jezus naam. Amen. Ik wil met jullie lezen 1 Johannes 2 vers 12 tot en met 14. En dan staat het volgende. Ik schrijf u lieve kinderen, want de zonden zijn u vergeven omwille van zijn naam.
47:34 Ik schrijf uw vaders omdat u hem kent die er vanaf het begin is. Ik schrijf u jonge mannen omdat u de boze hebt overwonnen. Ik schrijf uw kinderen omdat u de Vader kent. Ik heb u geschreven, Vaders, omdat U hem kent die er van het begin is. Ik heb u geschreven jonge mannen, omdat u sterk bent en het woord van God in u blijft en u de boze hebt overwonnen. Het zover de schriftlezen. Nou, misschien dat er bij sommige een belletje gaat rinkelen. Want de laatste keer dat ik hier sprak is al weer een tijdje terug, paar maanden terug had ik
48:21 het ook over deze tekst. Nou, wees gerust. Het wordt niet dezelfde preek. Volgens mijn vrouw had ik het gerust kunnen doen. Had niemand doorgehad. Maar ik eh heb vertrouwen dat nog sommigen nog wel weten. Maar toen hebben we het gehad over geestelijke groei en vanuit deze tekst dat je eigenlijk drie fases zag in je geestelijke groei. En dat je een kind kan zijn in het geloof, een jonge man of een vader. En bij elk van die drie fases zijn verschillende karakteristieken hè. bij een kind in het geloof die ja die die ontdekken dat God een relatie met hem wil. Niet omdat zij zo goed zijn, maar om wille van zijn naam. Omwille van wie God is. Omdat hij zo goed is. En die
49:08 leren God kennen als hun Vader en die ze meer en meer vertrouwen in hun leven. Dat de Vader voor hen zorgt. En bij de jonge man is dan een nieuwe fase waarin ja waarin gelovigen ontdekken hè dat ze strijd is in het leven en waar ze leren om die strijd te overwinnen omdat ze sterk zijn. Ze hebben Gods woord in hun opgeslagen en zo overwinnen zij de bozen. En dan die laatste groep de vaders dat zijn zij die ja het meest op hun hemelse vader zijn gaan lijken. En waarom? omdat ze hem kennen die er vanaf het begin is. En voor hun is hun leven hun perspectief vergroot. Hè, ze zijn niet alleen bezig met hun eigen huisje, boompje, beestje en hoe God daarin past. Nee, ze hebben
49:54 een beeld gekregen van Gods eeuwige plan met deze wereld. Nou, daar hebben we het vorige keer over gehad. En vanochtend wil ik eigenlijk gaan kijken naar een case studie in de Bijbel. een praktijkvoorbeeld van iemand die deze fases doorgegaan is in de Bijbel. Iemand die deze geestelijke groei heeft meegemaakt en die ook vader is geworden. Ook als we aan hem denken, dan zetten we vaak ook vader voor zijn naam. Misschien dat sommige het al weten. Hij wordt ook drie keer in de Bijbel wordt hij een vriend van God genoemd. Dus weet het over wie gaan we het dan hebben? Abraham inderdaad. Ja. Ja. We gaan het over Abraham hebben. En we gaan zijn hele leven door. Dus in dat half uur. Dus eh
50:39 ik hoop dat je goed eh uitgeslaven bent. In ieder geval dat je vroeg naar bed bent gegaan. En anders kijk je de preek gewoon nog een keertje terug en dan ga je er nog rustig doorheen straks in de zomervakantie en ook door die teksten. Maar Abraham, we gaan het over Abraham hebben. En waar begon het? Waar begon het bij Abraham? Die geestelijke groei. Sorry, mijn oortjes gaat een beetje los. Sorry. Enst. Het begon. Waar begon het? Bij de roep van God. De roep van God. Abraham, ga uit. Ga uit uw land. Ga uit uw familiekring. Ga uit uw vadershuis en ga naar het land dat ik je wijzen zal. Hè, God komt bij Abraham. Die zegt:
51:24 "Abraham, ga uit." En we weten vanuit Jozua 24 dat Abraham en zijn vader Terach en zijn broers dat ze de afgoden dienden op dat moment. En God komt bij Abraham. Die zegt: "Abraham, ga uit." Hij zegt: "Abraham, verlaat alles wat je hebt. Verlaat je oude leven en volg mij." Hij zegt niet: "Abraham, ja, ik weet je doet je dient ook andere goden, maar wil je alsjeblieft ook een plekje voor mij maken, hè? Als je nou de zondag van mij reserveert, kan je de rest van de week gewoon weer doen wat je zelf wil. Nee, hij zegt: "Abraham, ga uit, laat alles achter en volg mij." En dat is ook de roep die naar ons komt. En wij krijgen de opdracht: heb de Heer uw God lief met geheel je hart, met
52:11 geheel je ziel, met al je kracht en met al je verstand. En God wil alles van ons. En zo komt de roep ook bij Abraham. Abraham ga uit Abraham gaat. Ze zeggen: "Waarom?" Hè? Hij kent God amper. Waarom gaat Abraham? Waarom laat hij zijn hele oude leven achter en volgt hij deze God? En in de sleutel vinden we in de preek van Stefanus in Handelingen 7. En de laatste preek die die geeft, want na die preek wordt hij gestenigd en dan dan hij straalt zoveel licht uit dat ze dat niet aan kunnen. En dan stenig ze hem en dan heeft hij geen angst in zijn ogen. Nee, dan is hij zelfs vol vol hij straalt vol blijdschap. Want hij zegt: "Ik zie de hemel geopend en ik zie de God der
52:58 heerlijkheid." En dat is ook de sleutel die Abraham had. Want wat zegt Stefanus? De God der heerlijkheid verscheen aan Abraham toen hij nog inur in Mesopotamië was. De God der heerlijkheid. Abraham zag iets van de heerlijkheid van God. Hij zag wat we ook zongen dat niets in deze wereld dat kan bieden wat God geeft. Hè, ik moest denken aan wat heel tijdje terug wat Osco Loas hier pas eh een paar weken terug zei en die gaf dat voorbeeld voor mij had hij een film gezien en waarin wij geven als het ware een handje vol water geven we op en wat krijgen we ervoor terug? Een eeuwige oceaan. En daarvoor moest ik denken aan Jeremia 2. Jeremia 2 waarin waarin Jeremia zegt:
53:46 "Hoe kunnen jullie hè waar ze God terugkeren, hoe kunnen jullie de bron van levend water opgeven om voor jezelf bakken uit te hakken. Lekkende bakken die geen water kunnen houden hè. De God der eerlijkheid." En dat is iets wat Abraham waar Abraham iets van proefd. En daarom ging die hè van de Galdeer, dus het huidige zuiden van Irak naar langs de Eufra trok hij en naar helemaal het zuiden van Turkije. 1000 km maanden over gedaan. En langs die weg kwam hij ook langs Babel. En daar zag hij misschien ook wel nog steeds de ruïne staan. Hè, die ruïne van die toren die de mens gebouwd had om een naam voor zichzelf te bouwen, voor zichzelf te maken. En waarin God eigenlijk aan Abraham liet die zien: "Abraham, ik wil
54:32 met jou iets heel anders doen." Hè? En en ik vind het zo mooi hoe Breë dat zegt. Abraham verwachtte de stad met fundamenten waarvan God de bouwer en ontwerper was. En Abraham die kreeg een heel ander perspectief, hè. Ik wil God volgen. Ik wil niet mijn eigen stad bouwen. Ik wil meewerken aan Gods stad. En Abraham ging, maar op dat moment was hij nog een kind in het geloof. Want Abraham moest nog heel veel leren. Abraham moest echt nog leren om te vertrouwen op God. En dat zien we ook, want hij God gaf hem drie opdrachten. Drie opdrachten. Ga uit uw land, ga uit uw familershuis. En eigenlijk in alle drie faalde Abraham. Hij ging op weg. Hij zette de
55:17 eerste stap, maar in alle drie faalde hij. Hij ging niet uit zijn vaders huis. Nee, hij nam zijn vader mee. Sterker nog, we lezen Genesis 11. Het lijkt wel alsof zijn vader Terach de leiding neemt. En er staat: Terach nam Abraham maar mee en Lot mee en die gingen op weg. Hij ging ook niet uit zijn familiekring, want hij nam ook naast zijn vader ook. Lot name. En zijn neefje, de zoon van zijn broer die overleden was al in eurer. En tot slot, hij ging wel op weg, maar hij bleef steken in Haram. Dus hij bereikte niet het beloofde land. Nee, hij bleef steken in haren. En dan blijft hij en dan blijft hij totdat zijn vader overlijdt, hè. Zijn vader moet overlijden. En dan pas staat er en zegt Stefanus ook: "Gaat Abraham verder." Dan trekt hij verder. Dan trekt
56:03 hij naar het zuiden naar het beloofde land, naar Kanaan, naar het huidige Israël. En dan komt hij daar en dan begint God opnieuw tot hem te spreken. Hij zegt: "Abraham, alles wat je hier ziet geef ik aan jou. Alles wat ik hier zie geef ik aan jou." En Abraham trekt door het land door en dan staat er, dan komt hij bij Bethel en dan bouwt hij een altaar van God. Dan bouwt hij een altaar van God en dan roept hij de naam van God aan en hij trek het land door. Maar dan komt er een hongersnood, hè. Dus hij volgt God. Hij hij is op weg en dan komt hij in het beloofde land die God hem beloofd en dan komt er een hongersnood. En het land waar die in is, is een heel ander land als waar hij vandaan kwam. Ur de Galdeë. Dat was heel vruchtbare land. Ook langs de EuRat hè, daar was alles heel vruchtbaar. Net zoals Egypte. Daar heb je de Nel. Maar het land waar hij nu
56:49 is, dat is een land dat afhankelijk is van de regens van de hemel. En zo wil God dat. Dat die lezen we ook in Deuteronomium. Zo wil God dat. En er is hongersnood, hè. Dus hij volgt God, maar er is hongersnood. En dan staat er: "Hij trok naar Egypte." Hij staat niet dat hij dat overlegt met God. Nee, hij hij kiest zelf om naar Egypte te gaan. En we leest je ziet ook dat Abraham op dat moment ja, geestelijk op een laag pijl zit. En dat zie je hoe die hoe die handelt. Want hij zegt tegen zijn vrouw: "Vrouw, zeg toch niet dat je mijn vrouw, maar zegt dat je mijn zus bent, want hij is bang voor zichzelf." Hij zegt: "Straks dan komen we daar en ze zien ze hoe mooi jij bent en dan doden ze mij om jou te stelen, om jou te roven." En ja, Sara gaat erin mee. En het gebeurt ook, hè. Sarah wordt meegenomen
57:35 door de farao. En waar is God dan? Hè? Doet God hem nu afwijzen omdat Abraham faalt? Nee. Wat zien we bij God? God komt voor zijn vriend op. En God houdt geen afstand als wij vader. Hij komt voor zijn vriend op. En hij beschermt Sarah en hij zorgt ervoor dat Sarah weer terugkomt bij Abraham en dat ze het land verlaten. En Abraham komt weer terug in het beloofde land. En hij hebt heel veel geleerd. Hij hebt heel veel geleerd van heyé ik moet vertrouwen op mijn vader. Vertrouwen op God. En je ziet ook als hij dan terugkomt in het land dan staat er het eerste wat hij doet hij gaat naar de plek waar hij die altaar gebouwd had. Hij gaat weer terug naar die plek naar Betel waar hij de naam van de Heangeroepen had. En ik het heel belangrijk is in ons leven. En als wij merken van hé, ik zit nu op een punt
58:21 waarin ik eigenlijk meer bezig ben met mijn eigen dingen en niet met God, dan is het belangrijk dat we teruggaan naar die plek. Hè, precies wat Jezus zegt in Openbaring 2 tegen de gemeente die hun eerste liefde verloren had, zegt hij: "Doe de dingen weer van wel eer." En Abraham doet dat. Hij gaat weer naar dat altar en hij roept de naam van de He. En je ziet dat op dat moment Abraham vertrouwt op zijn vader, hè. Want Lot is nog bij hem. En dan staat er: "Het land stond het niet toe dat Lot en Abraham samen optrokken." En ze moeten uit elkaar: "En Abraham gaat naar Lot toe en die zegt: "Lot, jij mag kiezen. Jij mag kiezen. Ga jij naar het oosten, ga ik naar het westen. Ga jij naar het westen, ga ik naar het oosten." Abraham vertrouwt volledig. God zorgt voor mij. Ik hoef niet het beste deel te kiezen
59:08 als ik maar mijn god ga. En Lot kiest het beste deel, want die kijkt naar het oosten bij Sodom en Gomorra dat eruit zag als het hof van Eden. En ook al wel ja, Saodom, Gomorra waren goddeloze steden. Maar Lot kiest om daarheen te gaan. En Abraham ja, die trekt verder. Dan staat er: "Als Lot weggetrokken is, begint God weer tot hem te spreken." En je ziet iedere keer als die hè die opdrachten die God hem gegeven had, als dat als dat in vervulling gaat, dan begint God weer opnieuw te springen en geeft hij meer openbaring aan Abraham. En Abraham heeft dan geleerd dat hij ja kan vertrouwen op God, hè. Dat de landbelofte dat het waar is. En in de volgende fase wil God hem gaan openbaren. Dat hij dan mag gaan leren op de de belofte van de zoon.
59:54 Want dat is de volgende fase in Abrahams leven, hè? Dat hij door hem een groot volk zal maken. En we zien ook dat er dan een strijd komt. Een strijd, een oorlog. Vijf koningen voeren oorlog tegen vier koningen. En je zou zeggen: "Waarom is Abraham bij betrokken?" Nou, dat komt omdat de koningen van Sodom, Gomorra zijn er ook bij betrokken. En een Lot woont op dat moment in Sodom. En de koning van Sodom en Gomorra verliezen de strijd en Lot met al zijn en oude wordt meegenomen. En daardoor ja is Abraham bij betrokken. Want Abraham heeft op dat moment 318 geoefende mannen voor de strijd in zijn kamp. En hij heeft ook verbonden gesloten met mamm en met anderen. En samen trekken ze op en redden ze Lot en
1:00:39 redden ze iedereen en ze verslaan de koningen. En er is een grote overwinning gehaald. Grote overwinning. En dan is het natuurlijk hè op het moment dat jij een grote overwinning behaalt, op dat moment ben je het kwetsbaarst. Altijd als je een grote overwinning, geestelijke overwinning behaald hebt. Want dan komen er als het ware twee koningen naar je toe. Ook bij Abraham twee koningen. De koning van Sodom komt dan en de koning van Salem komen dan naar je toe. En de koning van Sodom wil eigenlijk laten zien van ja, hoe het is wel heel bijzonder wat jij nu bereikt hebt, hè. Dat je die overwinning gehaald hebt. Die zeggen ook: "Je mag alles hebben. De hele buiten is van jou. Jij verdient dat. En dat is wat wat wat de koning van Sodom ons wil duidelijk maken. Maar de koning van Salom is heel anders. En dat is ook de koning waar Abraham naartoe gaat. De koning van Salom. En dat die
1:01:25 wordt die is Melgisedek h is zijn naam hè. Een Hebreeënbrief wordt heel veel over hem gesproken. En hij wordt de priester van de allerhoogste God genoemd. En hij komt bij Abraham en dan staat er en dan eten ze brood en wijn. Brood en wijn. En dan moeten we natuurlijk gelijk denken aan het avondmaal. brood en wijn. En eigenlijk is dat de koning van Salom wil ons duidelijk maken dat alle overwinningen die wij behalen, de basis daarvan, de bron ervan is het kruis. Wij zijn meer dan overwinnaars door hem die ons heeft liefgehad. En dat leert Abraham hè, als hij daarna naar koning van Sodom gaat, dan zegt: "Ik hoef helemaal niks van jou. Ik hoef nog geen schoenriem van jou te ontvangen. Ja, die metgezellen die met mij mee waren, mammer enzo, die mogen hun deel ontvangen, maar ik hoef niks.
1:02:13 En dan komt er een andere strijd en dat is eigenlijk nog wel een veel grotere strijd, hè. De strijd waarin je moet gaan vertrouwen dat het uit God is en niet uit hem. Dat het niets van hem is, maar alles uit God. En dat is in de belofte van de zoon. En wat God verschijnt dan aan Abraham, zegt: "Abraham, ik ga jou tot een groot volk maken." En Abraham is dan al flink oud al in de 80. En hij zegt: "God, bedoel je Eliezar? Zal Elizar, dat is de dienstknecht die in mijn huis is opgegroeid, zal die mijn erfgenaam zijn. Dat wordt mijn erfgenaam." En God zegt: "Nee, niet Eliezer." Hij zegt: "Een zoon van jezelf." En hij zegt: "Kijk, geeft hij een heel mooi beeld. Kijk naar boven naar de sterren. Hè, bij ons is dat beeld niet zo mooi,
1:02:59 want ja, wij zien niet zo heel veel sterren. Maar als je in een woestijnnachtig gebied zit waar niet zoveel natuurlij waar niet zoveel verlichting is, hè, menselijke verlichting, dan zie je gigantisch veel sterren. Hij zegt: "Stel de sterren. Zo groot zal jouw nageslacht zijn." En Abraham gaat verder en iedere keer als hij naar buiten kijkt, ziet hij die sterren 's nachts en vult wordt zijn hart met hoop gevuld. van wauw, zo groot wordt mijn nageslacht. Maar iedere keer als hij dan weer in de tent van Sara komt, wordt hij weer geconfronteerd met de realiteit. Hij ziet het verdriet in de ogen van Sarah en beseft hij: "Hey, wat is er aan de hand?" En dan komt Sarah met dat voorstel van: "Hey, misschien hebben we God verkeerd begrepen en misschien
1:03:44 bedoelt hij wel hè dat hè ik heb een ik heb een dienstmaagd Hagar dat je door haar nageslacht krijgt." En Abraham gaat erin mee. Opnieuw zien we niet dat hij dat bespreekt met God. Ja, hij gaat erin mee. En ja, Hagar wordt zwanger. Hij neemt Hagar als vrouw, als tweede vrouw en ze wordt zwanger. En op dat moment er alleen maar ellende, hè. Er is strijd tussen Sarah en Hagar. En Hagar vlucht weg. En God grijpt in. God ontmoet Hagar hè. En die bemoedigt haar en ze keert weer terug. En eigenlijk op dat moment 13 jaar lang zwijgt God. Is geboren bij Hagar. Abraham eindelijk een zoon. En God
1:04:32 zwijgt 13 jaar lang. En 13 jaar lang. En op dat moment zegt Romeinen 4 is Sarah hè de moederschoot van Sarah is verstorven. Nou dat was al zo. Maar ook de kracht van Abraham is volledig verstorven. Want er is nu totaal geen enkele menselijke trucjes meer die ze nog kunnen uithalen. En God verschijnt weer aan Abraham. En God zegt: "Abraham, ik geef je, ik zal jou tot een groot volk maken." En Amar zegt: "Ismaël, hè, Ismaël, is dat degene?" Nee, niet Ismaël. Nee, een zoon uit Sarah. Een zoon uit Sarah die is degene, die is de zoon van de belofte. Uit haar zou je een zoon krijgen. En Abraham vertrouwt op God, hè. Op het
1:05:18 moment dat hij bijna 100 is en Sarah bijna 90, vertrouwt hij dat dat Sarah nog zwanger zou worden. En dan komt de laatste fase. De laatste fase waarin God tot Abraham wil spreken en waar hij eigenlijk wil laten zien de hoogste bestemming die Abraham heeft. dat in hem alle geslachten van de aardbodem gezegend zullen worden. En daardoor gaat God iets vragen aan Abraham wat je denkt, dat staat totaal haaks tegenover wie God is. Gaat vel in tegen alles wie God is. En toch vraagt God het. En waarom? Omdat God zijn hart met Abraham wil delen.
1:06:04 En dat zie je eigenlijk al gelijk in hoofdstuk 18, hè. Dat gaat dan over iets anders. gaat over Sodom en Gomorra en dan zegt God: "Zal ik verbergen wat ik zal gaan doen? Zal ik verbergen aan Abraham, aan mijn vriend, wat ik zal gaan doen?" Hij zegt: "Nee." En hij openbaart het ook. En ook dit wil hij aan Abraham openbaren. Maar eerst is er nog Ismaël, want Isak wordt geboren. En ehm en dan komt er gelijk weer strijd. Strijd tussen Ismaël en Isak. En Sarah ziet die strijd. En Sara zegt: "Stuur die slavin Hagar en haar kind stuur die weg." En bij Abraham is dit zeer kwalijk in zijn ogen. Hoe kan Sara dit vragen? Hè? Dit is mijn zoon, mijn eerste zoon die opgegroeid is en waar ik al die jaren heb moeten moeten wachten.
1:06:52 En dan komt God bij Abraham. Zeg, zegt Abraham, je moet hè, ook al je zit kwalijk in je ogen, je moet luisteren naar je vrouw. Want Ismaël is niet de zoon van de belofte en die zal niet erven. Alleen Isaak zal erven. En hij zegt ook: "En ik zal zorgen voor Ismaël." Wees gerust. Ik zal zorgen voor Israël. Ook hij zal een volk worden. En Abraham vertrouwt op God. En 's ochtends vroeg stuurt hij Hagar en Ismaël weg. En God zorgt voor hem. Hij vertrouwt erop. En dan is er een gaat er een hele tijd voorbij. We weten niet hoe lang precies. We weten dat Isaac niet ouder dan 37 jaar was. Want dat is op het moment dat Sarah overlijdt in het volgende hoofdstuk.
1:07:38 En volgens vele rabbies was hij in de 30, Isaac, maar we weten het niet precies. Maar dan komt God en die komt bij Abraham in Genesis 22 en die gaat nu iets vragen wat je denkt: "Hoe kan God dat vragen?" Maar wat ik zeg, God verlangt ernaar om op dat moment zijn hart te delen. Om dat moment aan Abraham te laten zien wat hij 2000 jaar later zal gaan doen. Dat God zijn zoon zal geven. Hè, dat is eigenlijk het kern van ons geloof, hè. De kruisiging, de dood en de opstanding van Jezus. En dat wil Abraham aan zijn aan zijn vriend dat wil God aan zijn vriend Abraham duidelijk maken. En hij roept Abraham en Abraham zegt: "Zie hier ben ik Heer. Hier ben ik." Zegt hij:
1:08:25 "Abraham, neem uw zoon, uw enige die u lief heeft en ga naar het land Moria en offer hem daar op de berg die ik noemen zou. Hoe kan God dit vragen? Nou, God vroeg het niet aan zomaar iemand. God vroeg dit aan Abraham. En God had als het ware Abraham zijn hele leven voorbereid op dit moment. En Abraham die moest denken van dit Isak, dit is de zoon van de belofte. Niet Eliezer, niet Ismaël. God heeft zo duidelijk gemaakt: Dit is de zoon van de belofte. In hem zullen alle geslachten
1:09:10 van de aardbodem gezegend worden. En dan staat er, vind ik zo mooi in Hebreeën, dan staat er: "En Abraham bedacht bij zichzelf: "Dan moet God bij machten zijn om hem weer uit de dood op te wekken." Hè, als God dit van me vraagt, dan moet God hem uit de dood opken. Want God heeft beloofd dat dit de zoon is waarin iedereen gezegend zal worden en waarin ikin groot volk zal ontvangen. En Abraham gaat eigenlijk weer hè God weer helemaal terug aan het begin waarin God zei: "Ga naar het land dat ik u wijzen zal en nu ga naar de berg die ik u wijzen zal." En hij vertrouwt staat weer dat hij 's ochtends vroeg gaat hij op weg. 's Ochtends vroeg. En hij gaat en hij vertrouwt erop dat God hem uit de
1:09:57 doden zal opwekken. En Hebreeën zegt zelfs de reis staat er ook staat is drie dagen lang. En als het ware in Abrahams gedachte was hij drie dagen dood. En op de derde dag zal hij hem weer terug ontvangen. En d is dit is echt een hoofdstuk en waarin elk woord bijna door de Heilige Geest en natuurlijk de hele Bijbel, maar echt een hoofdstuk waarin God zoveel laat zien over wat hij 2000 jaar later zal doen. En dan komt hij bij de berg. Hij laat de knechten achter. Maar hij zegt ook nog hè, wij gaan weg en wij zullen terugkeren. Wij samen zullen terugkeren. En hij gaat naar de berg en dan komt hij daar en dan bouwt hij een altaar en dan legt hij zijn zoon erop. En dan we lezen niet dat dat Isaac tegubbelt. Daar lezen we niks van, hè.
1:10:44 Hij gehoorzaam zijn vader. En Isak ligt daar en Abraham tilt zijn mes op. Maar dan verschijnt de engel des Here en die zegt: "Stop Abraham, dood uw zoon niet, want nu weet ik dat u God vrezend bent en dat u zelfs uw enige zoon mij niet onthouden hebt." En dan ziet hij, dan hoort hij, dan wordt zijn ogen open en dan ziet hij een ram in het struikgewas die vastzit en dan offert hij het ram en niet zijn zoon. En ik geloof dat op dat moment God laat zien wie hij is. Op dat moment leert Abraham hem kennen die er van begin is. Hij leert daar de liefde van God kennen.
1:11:29 Hè, dit is ook het eerste hoofdstuk in de Bijbel waar het woord liefde voorkomt. Het eerste hoofdstuk. Het is altijd heel bijzonder als je kijkt in de Bijbel waar het woord voor het eerst voorkomt. Dit is het eerste hoofdstuk waar het liefde voorkomt. Abraham, neem uw zoon, uw enige die u lief hebbt. Is het eerste hoofdstuk en dit is het hoofdstuk waarin God al laat zien ja, wat zijn liefde is. H 1 Johannes 4 vers 9 zegt: "God is liefde." En hierin is de liefde van God geopenbaard. Dat hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft, opdat wij zouden leven door hem. En Abraham ziet daar iets van. Waarom? Dat zegt Jezus in Johannes 8. In Johannes 8 zegt Jezus: "Abraham heeft mijn dag gezien en heeft zich verheugd."
1:12:16 En dat zie je ook in Genesis 22. Want in Genesis 22 Abraham noemt die plek, noemt die berg. Dit is de berg waarin de Here zal voorzien. Hij zegt niet waarin de Here heeft voorzien. Zoals Adram. Nee, hij weet dit is een heilig moment. Dit is de berg waarin de Here zal voorzien. de bergmoria. En in 2 Korinthen 3 vers 1 lezen we dat Salomo op de berg Moria de tempel bouwt. De tempel wordt gebouwd waar al die offers plegen die allemaal vooruit wijzen naar waarin de Here zal voorzien. En we laten ook buiten de tempel, buiten de stad op een heuvel in datzelfde land in het land Moria waarin Jezus gekruisigd waarin God zijn zoon gegeven heeft.
1:13:01 Echt Abraham leerde daar God kennen als hem die er van het begin is. Abraham leerde om niet zijn eigen stad te bouwen, maar om de stad te verwachten. De stad en de fundamenten waar God de bouwer en ontwerper is. En ik vind zo mooi, daar sluit ik mee af. Aan het eind van de Bijbel zien we die stad weer. Die stad waarvan God de bouwer en ontwerper is. En die ziet Johannes in Openbaring ziet hij die uit de hemel neerdalen. En wat vertegenwoordigt die stad? Die stad vertegenwoordigt Gods volk, zegt Johannes daar. Dit is de gemeente. Gods volk. Wij zijn die stad. Wij zijn die stad die God aan het bouwen is. U en ik zijn onderdeel van die stad. En God verlangt ernaar dat we mogen opgroeien.
1:13:49 Dat we fundamenten in die stad mogen worden. En ik hoop dat je dit leven nu ziet van Abraham dat er een verlangen in je hart zit. Een verlangen om daar naartoe te groeien. om daar op te groeien en verlangen naar meer van God. Dat God hè, wat zongen we? From mijn heart to the heavens that Jesus be the center. Dat we dat verlangen mogen krijgen. Dat Jezus het centrum van ons leven wordt. Ah, wat een wonder. Wat een wonder. Wat God van mensen wil maken. Wat God van u en mij wilt maken. Dat we onderdeel mogen worden van die stad. Laten we afsluiten met gebed.
1:14:42 Heer, wat is toch een wonder, Heer, dat U met ons op weg wil gaan. Dat U een relatie met ons op wil bouwen. Heer, dat is uw grote plan met de mens. Laat ons mensen maken naar ons beeld en naar onze gelijkenis. Heer, U verlangt er naar Heer, dat het beeld van uw zoon in ons zichtbaar gaat worden. Meer en meer, Heer. En daar verlangen wij ook naar. Heer, spreek zo tot in ieder van ons. Heer, in welke fase van onze geestelijke groei we ook zitten, Heer, als we die boodschap opnieuw moeten horen, ga uit.
1:15:27 Ga uit uw land, laat uw leven achter en volg mij. Heer, laat dat dan het woord zijn dat op dit moment op ons hart gedrukt wordt. Heer, misschien moeten we wel terugkeren naar die plek waar we eerst die altaar gebouwd hadden. Naar die plek waar het goed was, waar we uw naam aanriepen. Heer, laat u leidt u ons dan terug naar die plek, Heer. En als we geestelijke overwinning in ons leven mogen behalen. Heer, laat ons nog beseffen dat we die overwinningen hebben door het brood en het wijn. Door uw werk, Heer. Doordat Uw lichaam gegeven heeft. Heer, wat een wonder. Wat een wonder dat we Hem mogen kennen. Die hier verbonen
1:16:14 van het begin is. De eeuwige die een stad aan het bouwen is. Een stad met fundamenten waarvan U, Heer, de bouwer en ontwerper bent. En dank U, Heer, dat we onderdeel mogen zijn van die stad en dat we mogen groeien naar U en dat we meer en meer de God der heerlijkheid mogen gaan zien. In Jezus naam. Amen.
1:17:06 En bekend nu ik hier dicht bij u ben. Zonder u val ik uit één. Laid mijn hart doorstormen. Nee. Oh mijn Heer, ik heb U nodig. [Muziek] Elk moment zo nodig. U prijd voor mij.
1:17:52 U spreekt mij vrij. Oh God, ik heb U noden. Mijn schuld zit in. U kunt erbij. U vergeeft en reinigt mij. Waar u bent daar ben ik vrij. Woon in heilig mij.
1:18:37 wanneer ik heb genoden. Zoig. [Applaus] U prij voor mij. Dus wij zijn God verte [Muziek] als verleiding mij geeft als ik niet kan staan [Muziek]
1:19:24 Jezus God die in mij leeft. Oh he, ik heb u nodig. Bent zo nodig. U bid voor mij. [Muziek] Oh God, [Muziek] ik heb u nodig. El
1:20:10 moment zo nodig. U prij voor mij. bij mij voor God met de uid voor mij schrij [Muziek] van u spreek mij vrij. Oh God, ik heb U nodig.
1:20:56 [Muziek] Ja, zo mogen we met elkaar belijden dat we de Heer nodig hebben. Omdat we uit onszelf zeggen Johannes 15 kunnen we niks doen. En zo ehm naderen we ook het einde van deze dienst. En als u eh aangesproken bent door de door de prediking dan of u wil napraten, dan kan het achterin de zaal. Ook bent u van harte uitgenodigd om te bidden voor Israël of in de Vier met ons koffie te drinken of thee of iets anders. Henk, bedankt voor het woord. Geweldig om zo te mogen leren ook door Abraham heen dat de Heer door de hele Bijbel heen ehm ja,
1:21:42 onze focus mag zijn op zijn plan wat hij had met zijn zoon Jezus die verlossing en verzoening heeft gebracht voor ons allemaal. En eh wat bijzonder om dat zo ehm te mogen ontdekken keer op keer. Zo ehm ja, voor zover u nog niet staat ehm wil ik graag de zegen eh uitspreken. De genade van de Here Jezus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Amen. Fijne zondag. [Muziek]
1:22:42 God van Abraham, u bewijst al eeuwen lang. Uw beloftes houden stand door die aarde heen. Pas wat u zei op wat u deed liet u mij nooit alleen. Twars door storen heen in de diepste zee blijf ik stevig staan. Omdat mijn hart weet dat wanneer u spreekt het gebeuren gaat. Groot. is uw trouw aan mij. Oh oh Heer, groot is uw trouw aan mij, oh Heer. Van
1:23:31 het ochtend licht tot het avondrood zing ik van uw naam. Groot is uw trouw aan mij. Oh [Muziek] God van eeuw tot eeuw. [Muziek] God van eeuw tot eeuw. Ook als alles hier verdwijnt, staat uw woord nog overeind. Uw geschiedenis bewijst. Niemand is aan
1:24:17 u gelijk. En trouw blijft voor altijd. Tworst door me heen. In de diepste zee blijf ik stevig staan. Omdat mijn hart weet dat wanneer u spreekt het gebeuren gaat. Groot is uw trouw aan mij. Oh Heer, groot is uw trouw aan mij. Oh Heer, van het ochtend tot het avond zing ik van uw naam.
1:25:03 Groot is uw trouw aan mij. Oh. [Muziek] Ik houd mij vast. Ik hou mij vast aan Jezus.
1:25:49 Mijn open en zekerheid. Het anker van mijn leven. Een sterke rot is hij. Ik hou mij vast aan Jezus. Mijn hoop en zekerheid. Het anker van mijn leven. Een sterke rots is hij. Ik houd mij vast aan Jezus, mijn open en zekerheid, het dan mijn leven, een sterker zes Hij.
1:26:35 Ik hou mij vast aan Jezus, mijn open zekerheid, het dan mijn leven. Een sterker ons is hij. God is uw trouw aan mij. Oh Heer, God is uw trouw aan mij. Oh [Muziek] van het ochtendlicht tot het avondrood zing ik van uw naam.
1:27:23 God is uw trouw aan mij. Oh Heer, groot is uw trouw aan mij. Oh oh Heer, groot is uw trouw aan mij, oh Heer. Van het ochtend licht tot het avondrot zing ik van uw naam. Groot is uw trouw aan mij. Oh Heer. Hele fijne zondag allemaal.
1:28:31 [Muziek]