0:00 God zegen allemaal. Deze week was het weer zover. Veel evangelische christenen beweerden dat deze week de geheime of verborgen opname van de gemeente zou plaatsvinden. En dat is niet alleen nieuws geweest in de christelijke wereld, maar ook bijvoorbeeld op een weblog als geen stijl in de nietchristelijke wereld eh wordt daar bericht van gegeven en wordt er eigenlijk wat bespot dat er toch wel veel evangelische christenen zijn die ja denken dat dan zij in één keer zullen worden opgenomen eh uit de wereld en ehm ja dat de wereld zou achterblijven zonder hen. Ehm ik denk dat dat iets is wat vaker gebeurt en dat het ook te maken heeft toch wel met de verkeerde interpretatie die veel dispensationalistische christenen hè christenen die aanhangers zijn van de bedelingenleer en die hun
0:45 eindtijdtheorie daarop gebaseerd hebben. Ehm dat dat een een leer is die veel verwarring geeft. En ik wil daar iets tegenover zetten. Jullie weten dat ik een postmillennialist ben, maar ik wil vandaag een best wel ingewikkeld schriftgedeelte voor alle verschillende eschatologische scholen wil ik met jullie langslopen en mijn interpretatie daarvan laten zien. Ehm om je te laten zien dat er ook een alternatief perspectief is op bijbels profetische schriftgedeelte ook uit het Nieuwe Testament. We gaan vandaag stilstaan bij 2 Thessalonicenzen hoofdstuk 2. 2 Thessalonicenzen hoofdstuk 2. Daar worden enkele zaken benoemd die veel christenen moeilijk vinden om te interpreteren. Eigenlijk alle christenen. En er is dan ook een legio
1:31 aan verschillende interpretaties van dit schriftgedeelte. En ik ga vandaag niet zeggen dat ik het allemaal precies weet eh of dat eh ja, mijn interpretatie de enige juiste is, maar ik denk of dat je nu een amillennialist bent, een postmillennialist, een historisch premillennialist of je bent een aanhanger van de dispensational premillennialist school, hè, dus de bedelingenleer en de eschatologie die daar vaak gebruikelijk is geworden. Wat je positie ook is, iedereen heeft moeite met de interpretatie van 2 Thessalonicenzen hoofdstuk 2. Hè, het gaat daarover een mens van wetteloosheid. Het gaat daarover een afval die eerst moet komen. Het gaat daarover de zoon van het verderf verhoogd boven alles wat God is of als God vereerd wordt. Hij zal zich in de tempel van God neerzetten. Hij zal zichzelf als God voordoen. Eh al die
2:17 zaken. En eh veel aanhangers van de bedelingenleer die zijn best wel stellig in hun interpretatie dat die dingen allemaal nog moeten gaan gebeuren in de toekomst ook voor ons. Dat er een derde tempel gebouwd gaat worden. ehm dat er vervolgens weer een soort antichrist zal gaan opstaan. En veel christenen denken dan ook in Nederland dat al die dingen nog staan te gebeuren, maar dat dat gaat plaatsvinden na een aanstaande verborgen opname van de gemeente. Een soort verborgen. En waarom zeg ik verborgen? Omdat ze dus geloven dat Jezus zal terugkeren, maar op een verborgen manier om zijn gemeente thuis te halen, waarna er z jaar van verdrukking zal aanbreken. En pas daarna zal er een soort publiekelijke wederkomst van Jezus Christus komen waarbij elk oog hem zal zien. Nou, ik heb al in eerdere video's laten weten dat de verborgen wederkomst
3:04 van Jezus Christus mijns inziens volstrekt onbijbels is. Dat er niks is in het Nieuwe Testament om aanleiding te geven te geloven dat Jezus op een verborgen manier zal terugkomen en de gemeente zal wegnemen. de Bijbel laat zien in het Nieuwe Testament en de eerste geloofsbelijden van christenen ook dat de gemeente uitziet naar een een grote publiekelijke wederkomst van Jezus Christus waarbij de gemeente eh zal worden opgenomen om bij de paroesia van Jezus Christus bij zijn wederkomst hem te verwelkomen. Maar het is niet zo dat de kerk weggehaald zal worden uit een wereld die vervolgens zal blijven doorbestaan zonder de aanwezigheid van de kerk. Ik ben een aanhanger van de postmillennialistische visie op schriftgedeeltes zoals de Olijfbergrede van onze Here Jezus Christus. Op schriftgedeelte zoals nou het hele boek
3:49 Openbaring bijvoorbeeld eh op schriftgedeelte zoals 1 Korinthen hoofdstuk 15, maar ook de 2 Thessalonicenzen brief. En ik wil je vandaag laten zien hoe ik kijk naar eh 2 Thessalonicenzen hoofdstuk 2. Maar voordat we kijken naar dat schriftgedeelte, laten we eerst even kijken naar de context. De context waarin de 2 Thessalonicenzenbrief door Paulus is geschreven. Zowel de 1 als de 2e Thessalonicenzenbrief van Paulus zijn geschreven ergens tussen het jaar 50 en het jaar 52 na Christus. Het zijn brieven die vrij kort na elkaar door Paulus zijn geschreven aan de christelijke gemeente in Thessaloniki. En wij lezen in Handelingen hoofdstuk 17 iets over de context van de tot standkoming van die brieven. Handelingen hoofdstuk 17 vanaf vers 5. We zien dat de apostel Paulus dan in Thessalonii is
4:37 en in de synagoge het evangelie gaat prediken. Maar we zien dat er een nou een opstandige reactie komt van de Joden. We lezen daar: "Maar de Joden die ongehoorzaam waren, dat wil zeggen ongehoorzaam aan de evangelieprediking van de apostel Paulus, die werden jaloers en namen enkele slechte mannen uit het marktvolk apart, veroorzaakten een oploop en verstoorden de orde in de stad." En ze kwamen op het huis van Jason af en probeerden hen voor het volk te brengen. Maar toen zij hen niet vonden, sleepten zij Jason enkele broeders voor de bestuurders van de stad en riepen luid: "Deze mensen die de wereld in rap en roer gebracht hebben, zijn ook hier gekomen." En Jason heeft hen in huis genomen. En deze mensen handelen allen tegen de geboden van de keizer, want zij zeggen dat er een andere koning is, namelijk Jezus. En zij
5:23 brachten de menigte en de bestuurders van de stad die dit hoorden in verwarring. Dus let goed op. Het evangelie van Jezus Christus wordt gepredikt in eerste plaats aan de Joden eh op de sabbatten in de synagoge. Er zijn sommige Joden, maar ook vele heidenen die tot geloof komen. De Joden die niet geloven die eh die worden jaloers. En wat gaan zij doen? Zij gaan niet zelf alleen maar vechten tegen die christenen, tegen Paulus en zijn met gezellen, maar zij gaan eigenlijk naar de Romeinse machthebbers, naar de politici. En zij zeggen eigenlijk net als dat het Joodse volk deed met Jezus, hè, door naar Pilatus te gaan en te zeggen: "Deze man is een vijand van van de keizer van van de koning. Eh en op het moment dat eh Pilatus dat jij niet
6:08 hem kruisigt, dan ben je zelf ook een vijand van de keizer." Ehm ze doen iets soortgelijks hier. in de jaren 50 hè. De Joden die gaan naar de politiek bestuurder en die zeggen: "Deze mensen zorgen voor opstand. dat de christenen zorgen voor opstand en eh zij zeggen dat er een andere koning is. Dus ze handelen tegen de geboden van de keizer. Dus hier zie je iets gebeuren wat dus in de eerste 40 jaar van het christendom heel vaak gebeurt. Namelijk dat de ongelovige joden die keren zich tegen de gelovige joden, tegen de Messiasbijdende Joden. Die willen hen vervolgen, maar die doen dat ook vervolgens in samenwerking met eigenlijk hun eigen vijand, namelijk de Romeinse bezetter. Zij gaan naar de Romeinse politici en de Romeinse politici daarvan zeggen ze: "Hé, deze christenen die veroorzaken opstand tegen de keizer zorgt ervoor dat ze berecht
6:56 worden, dat ze vervolgd worden." De Joden hadden namelijk ook helemaal niet het recht in de Paxs Romana, in het Romeinse rijk om zelf eh christenen dood te maken. Dat gebeurde soms wel, hè. Denk ook aan de steniging van Stefanus, maar het was officieel tegen de regels van het Romeinse rijk. Dus dat konden ze ook weer niet te vaak doen. Nou, wat gebeurt er vervolgens? We lezen Handelingen 17 vanaf vers 13. Maar toen de Joden van Thessalonica te weten gekomen waren dat het woord van God door Paulus ook in Berea verkondigd werd, kwamen zij ook daar de menigten in verwarring brengen. Maar de broeders stuurden Paulus toen meteen weg in de richting van de zee. Maar Silas en Timotheus bleven daarchter, hè. Dus Paulus die vlucht weg uit Thessalonica. Die vlucht vervolgens naar Berea. De Joden in Thessalonica die opstand hadden
7:41 veroorzaakt, die krijgen daar lucht van. die volgen Paulus helemaal naar Berea en zorgen ervoor dat ook daar als het ware een klimaat ontstaat waardoor Paulus onveilig is, hè, in onveiligheid verkeert en door de broeders weer verder wegestuurd wordt. En vervolgens zien we dat hij via Athene in Korinthe komt. Nou, dan lezen we Handelingen 18 vers 1 tot 2. En hierna ging Paulus uit Athene weg en kwam in Korinthe. En hij trof er een Jood aan van wie de naam Aquila was, afkomstig uit Pontus die onlangs uit Italië gekomen was. En Priscilla zijn vrouw, omdat Claudius bevolen had, Claudius de keizer in die tijd, omdat Claudius bevolen had dat al die joden uit Rome weg moesten gaan en hij ging naar hen toe. Dus nou goed, voordat ik
8:27 daar iets over zeg, het is vanuit Korinthe dat Paulus de 2 Thessalonicenzenbrief stuurt. En dan moet je even verplaatsen in de apostel Paulus. De apostel Paulus is eigenlijk net weggejaagd uit Thessalonica. Door wie? door de ongelovige joden. En vervolgens komt hij in Korinthe komt hij twee andere Joden tegen die ook volgelingen van de Here Jezus Christus zijn of worden, hè, namelijk Priscilla en Aquila. En die zijn ook gevlucht, maar die zijn gevlucht vanuit een andere richting, namelijk vanuit Rome. Waarom? Omdat Keizer Claudius een edict had uitgevaardigd. Een edict om al de Joden uit Rome weg te laten gaan. Zowel de christelijke joden, hè, de de joodse gelovigen eh in de Messias. als de nietchristelijke joden. Allemaal werden
9:13 zij door een edict van Claudius bevolen om Rome te verlaten. Dus er zijn twee partijen vanuit het perspectief van de apostel Paulus die relevant zijn. namelijk de Romeinse machthebber, de keizer hè, waarmee Paulus eigenlijk tot op dat moment nog best wel een goede verstandhouding heeft in de zin dat wanneer de Joden hè, dat is de andere partij, de ongelovige Joden, Paulus en en de christenen vervolgen, dan kan Paulus in die eerste jaren van de gemeente nog soms zijn recht zoeken bij de Romeinse politici, bij de gouverneur. Hij kan een beroep doen op de keizer, hè. Er er lijkt nog een soort wettigheid te zijn. Er is een soort paaksromana. Er is nog een soort rechtsstelsel in het Romeinse rijk waardoor christenen zoals Paulus wanneer ze vervolgd worden door
9:59 de Joden hun recht nog kunnen zoeken bij de keizer. Dat gaat later veranderen. Maar dat is op dit moment nog wel aan de orde. Maar hier begin je dus al te zien doordat ook joodse christenen weggestuurd zijn uit Rome door Claudius dat er iets begint te veranderen ook in de houding van het Romeinse rijk richting eh de christenen. Maar op dat moment weten de Romeinen nog niet zo goed het verschil tussen joodse christenen en joodse judaïsten. Nou, Paulus wordt dus geconfronteerd met die twee partijen. Eh zeker nu als hij in Korinthe is en te maken heeft met Priscilla en Aquila. En wat was nou precies de reden dat Priscilla en Aquila daar waren in Korinthe? Dat kwam door dat edict van Claudius. En daarvan lezen wij in de geschiedschrijver Sutonius dat in het jaar 49 na Christus ongeveer dan
10:47 dan schrijft Sutonius over dat jaar eh het volgende. Omdat de Joden voortdurend onrust veroorzaakten op aandringen van Christus verdreef hij, dat is Claudius hen uit Rome. Nou, Christus lijkt een soort eh Latijnse versie te zijn van het woord Christus van de Messias. Dus wat historici geloven dat er aan de hand was in het Romeinse rijk in in de stad Rome in dat jaar 49 na Christus was dat in de stad Rome er interne conflicten ontstonden binnen de Joodse gemeenschap over Jezus. Misschien ook door de evangelieprediking van christenen onder de Joden. Sommige die omarmden de Messias. Andere Joden die wilden hem niet als zodanig belijden of erkennen. En daar ontstond turbulentie. Daar
11:33 ontstond strijd. Claudius die vond dat allemaal heel vervelend en lastig, want er ontstond opschudding, onrust in zijn stad in Rome. En dus stuurde die op een gegeven moment al die joden weg. Christelijke joden eh niet christelijke joden. Hij stuurde ze allemaal weg uit Rome. Nou, en dan zien we dat Priscilla en Aquila vanuit die ja, je zou kunnen zeggen toch een soort verdrukking vanuit het Romeinse keizerrijk hè. begint op dat moment te komen die verdrukking. Ehm eh komen zij Paulus tegen. Nou, in die context stuurt Paulus de 2 Thessalonicenzenbrief. En de aanleiding om de twee Thessalonicenzenbrief te sturen is ook dat Paulus berichten krijgt vanuit Thessalonic waarschijnlijk door Timotheus dat de gemeente in Thessalonica, ik zeg soms Thessalonic,
12:18 je moet eigenlijk zeggen Thessalonica, maar dat de Thessalonica dat daar eh gelovigen zijn in de gemeente die niet langer werken omdat ze denken dat Jezus Christus spoedig zal komen. Dus het heeft niet meer zoveel zin om te werken. Het heeft niet meer zoveel zin om je beroep te hervatten, want de Here Jezus zal toch spoedig komen. Er is een soort misverstand ontstaan in die kerk ten aanzien van de eindtijd verwachting die ze zouden moeten hebben. Overigens iets wat ook weer laat zien, wat ik ook eerder zei, dat het gevaarlijk kan zijn wanneer christenen een verkeerd perspectief hebben op de eindtijd. En ik denk dat dat in Nederland ook op dit moment sterk speelt. Nou, om nog even iets te lezen over één van de aanleidingen voor Paulus om die brief te schrijven. 2 Thessalonicenzen 3 vers 10 tot 12. Want ook toen wij bij u waren, bevalen wij u dit. Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten. Want wij
13:04 horen dat sommigen onder u ongeregeld wandelen. Zij werken niet, maar ze zijn bezig met nutteloze dingen. Zulke mensen bevelen wij en sporen wij namens onze Here Jezus Christus aan dat zij in alle rust aan het werk gaan en hun eigen brood eten. Dus dat is de één van de aanleidingen waarom Paulus die brief stuurt. Een misverstand rondom het moment van de wederkomst van Jezus Christus. Nou, ondertussen speelt heel sterk in Thessalonica het feit dat wat we ook zagen in Handelingen, de ongelovige Joden, de gelovige christenen aan het verdrukken en vervolgen waren. Dat is de reden dat Paulus weg moest vluchten uit Thessalonica. Maar de gemeente in Thessalonica wordt natuurlijk nog steeds geconfronteerd met die verdrukking. Dat lezen we ook in de eerste Thessalonicenzenbrief hoofdstuk 2 vers
13:50 14 tot 16. Daar staat: "Want uw broeders bent navolgers geworden van de gemeente van God die in Judea zijn in Christus Jezus. Omdat ook u hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers als zij van de Joden die zowel de Here Jezus als hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd. Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig gezind. Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken opdat die zalig zouden worden. Zo maken zij voor altijd de maat van hun zonden vol en de toorn is over hen gekomen tot het einde. Dus Paulus begint te vertellen dat de ongelovige Joden hè die die ook de Thessalonica willen verhinderen dat de Messias belijdende Joden het evangelie prediken onder de heidenen dat die de maat van hun zonden
14:36 aan het volmaken zijn. Er staat een oordeel op het punt te geschieden over die ongelovige Joden. Nou, straks zullen we daar wat meer over lezen, maar Paulus zegt dat dus al in de jaren 50 hè, rond het jaar 52 na Christus zegt hij: "Er is een een maat van zonden die aan het voorraken is en het oordeel zal gaan komen over die ongelovige joden." En we weten dat dat ook gebeurt in het jaar 70 na Christus in de Joodse opstand, de Joodse oorlog wanneer eh keizer Vespasianus door middel van zijn zoon generaal Titus eh de tempel vernietigt. Maar daarover straks meer. We beginnen nog even bij 2 Thessalonicen hoofdstuk 1 vers 6 tot 10. Want daar spreekt Paulus, dat geloof ik, over de wederkomst van Jezus Christus die wij ook nog steeds verwachten in de toekomst. Daar lezen
15:22 we: "Het is immers rechtvaardig van God. Verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken en aan u die verdrukt wordt samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Here Jezus vanuit de hemel met de engelen van zijn kracht." Wanneer Hij met vlammend vuurvraak oefent over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie van onze Here Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan weg van het aangezicht van de Here en van de heerlijkheid van zijn macht. wanneer hij zal komen, wanneer hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in zijn heiligen en bewonderd te worden in alle gelovigen. Want bij u vond ons getuigenis geloof. Hier spreekt Paulus over de paria, de wederkomst van Jezus Christus die alle mensen zullen zien wanneer hij komt met met vlammend vuur en vraak zal oefenen over hen die God
16:07 niet kennen. Dus de 2e Thessalonicenzenbrief spreekt wel degelijk over de wederkomst, de publiekelijke wederkomst van Jezus Christus die wij ook nog verwachten in de toekomst. Maar als we eenmaal in hoofdstuk 2 komen, dan zegt Paulus dat die wederkomst nog niet zal gebeuren omdat er bepaalde dingen zijn die eerst moeten gebeuren. En dat is waar veel christenen denk ik hoofdstuk 2 verkeerd gaan interpreteren. We lezen hoofdstuk 2 vers 1. En wij vragen u dringend broeders met betrekking tot de komst tot de paroesia van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met hem dat u niet snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt. Niet door een uiting van de geest, niet door een woord en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn zou zijn alsof de dag van Christus
16:53 al aangebroken zou zijn. Dus die gemeente in Thessalonica die heeft door wat voor signalen dan ook misschien een vervalte brief van Paulus, misschien een soort profetisch woord, een een uiting van de geest. Maar zij zijn gaan denken dat de paroesia van Jezus Christus, de publiekelijke wederkomst van Jezus Christus aanstaande is. En dat begint door te werken in hun in hun leefstijl. Want sommigen die werken niet meer. Die denken: "Het heeft geen zin om te werken. Jezus komt toch spoedig." Paulus zegt: "Word niet aan het wankelijk gebracht alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn." Laat u niet, vers 3, laat u niet door niemand op enigi wijze misleiden, want en nu komt een belangrijk breekpunt tussen de paroesia die nog in de toekomst ligt, ook voor ons en de dingen die moeten
17:39 gebeuren voordat die parousia plaatsvindt wanneer Paulus deze brief schrijft in de jaren 50. Want die dag komt niet tenzij eerst de afval gekomen is. Eerst moet er een afval komen, een apostasie. En je kan het ook vertalen met een rebellie, een opstand. En de mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf, die moet eerst geopenbaard worden. De tegenstander, vers 4. Die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij zich als God in de tempel van God gaat neerzetten zetten. Hij gaat zitten in de tempel van God als een God en hij zal zichzelf als God voordoen. Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei toen ik nog bij u was? Hè? Dus Paulus vertelde al in het jaar 50 naar Christus toen hij bij de gemeente was daar zo
18:25 toen vertelde die al aan de gelovigen in Thessalonica dat er bepaalde dingen moeten gaan gebeuren voordat de grote paroesia de wederkomst van Jezus Christus zal gaan komen. Welke dingen moeten gebeuren? Nou, er moet eerst een afval komen. Daar zullen we het straks over hebben. Ik denk dat dat verkeerd wordt geïnterpreteerd door veel christenen. Veel christenen denken dat het gaat om een afval binnen de christelijke kerk. Ik geloof niet dat dat is waar Paulus over spreekt, maar goed, het is het is met enige onzekerheid verhuld. Er moet een mens van wetteloosheid geopenbaard worden, die ook het de zoon van het verderf wordt genoemd. De tegenstander. Die zal zich verheffen boven al wat God is of als wat God genoemd wordt of als God vereerd wordt. En hij zal zich in de tempel van God gaan zetten. Nou, wanneer Paulus deze brief schrijft, staat de tempel gewoon nog in Jeruzalem. Deze
19:12 brief is geschreven in het jaar 52 na Christus. De tempel wordt pas vernietigd in het jaar 70 na Christus. Dus wanneer Paulus dit schrijft is het meest voor de hand liggende om te denken dat het hier gaat over de tempel van God als in de letterlijke tempel van de Joden in Jeruzalem. Er gaat iets gebeuren met die tempel. Paulus weet dat. Paulus onderwijst dat. Hoe weet Paulus dat nou? Misschien niet eens alleen omdat hij een apostel is en omdat God hem dat zelf heeft geopenbaard, maar ook omdat hij het weet vanuit de profetieën in het boek Daniël. Maar we gaan daar straks wat op inzoomen. Vers 5. Herinnert u zich niet dat ik u deze dingen zei toen ik nog bij u was? Hè, dus Paulus heeft al verteld aan die christenen wat er gaat gebeuren voor de paria. Vers 6. En u weet wat hem nu weerhoudt, opdat hij
19:59 op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. Hè, dus die mens van wetteloosheid, Paulus vertelde al, die is er eh die die is al werkzaam op een bepaalde manier, maar er is iets wat hem nu weerhoudt. Vers 7. Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Dat laat zien dat de dingen waar Paulus over spreekt, die moeten relevant zijn voor het directe publiek. Dat zijn dingen die in de jaren 50 en de jaren 60 gespeeld moeten hebben in het Romeinse rijk. Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Alleen is er iemand die of iets dat, je kan het op allebei de manieren vertalen, er is iets dat hem nu weerhoudt totdat hij uit het midden verdwenen is. Er is iets wat die mens van wetteloosheid weerhoudt totdat dat
20:45 iets uit het midden verdwenen zal zijn. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Here zal hem verteren door de geest van zijn mond en hem te niet doen door de verschijning bij zijn komst. Hem wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is met allerlei krachttekenen en wonderen van de leugen en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet hebben aangenomen om zalig te worden. Nou, wat is nou die opstand? Wat is nou die afval? Want dat is iets waarvan Paulus zegt: "Jullie stoppen nu met werken. Jullie denken dat de parocia, de wederkomst van Jezus Christus, op het punt staat te gebeuren. Maar dat is niet zo. Want er zijn bepaalde gebeurtenissen die eerst moeten gebeuren, die zijn nog niet gebeurd. En wat moet dan gebeuren? Nou, eerst moet er een afval komen." En dat Griekse
21:31 woord wat daar gebruikt wordt is apostasie. Apostasia, een rebellie. Veel christenen denken dus dat dat gaat over een soort afval binnen de christelijke gemeente. Maar veel eh contextueler is om te denken dat het gaat om een politieke opstand van de Joden tegen Rome. Waarom? Omdat totdat de Joodse oorlog begint in de jaren 0, totdat er een soort opschudding begint te ontstaan waarbij het Joodse volk steeds meer in opstand begint te komen tegen de Romeinse bezetter. En dat begint in de vroege jaren 0. En dat uit in de Joodse oorlog hè, die begint in de jaren 66 en die doorloopt helemaal tot eh bijvoorbeeld de vernietiging van de tempel in het jaar 70 na Christus en ook daarna nog doorloopt. Totdat die Joodse opstand begint is er geen verschil in de
22:18 ogen van het Romeinse rijk en de Romeinse keizer tussen christenen die joods zijn en nietchristenen die joods zijn. Hè, dus de wetteloosheid waar we het straks ook over zullen gaan hebben, de vervolging van christenen vanuit het Romeinse keizerrijk, die maakt nog niet echt onderscheid tussen christenen en joden. Op een bepaalde manier zijn christenen beschermd doordat zij als het ware in de ogen van de Romeinen niet anders zijn, geen andere religieuze groepering vormen dan de judaïstische joden. Daarom zie je bijvoorbeeld dat Claudius gewoon alle Joden wegstuurt uit Rome en daarbij geen onderscheid maakt tussen christen en nietchristen. Jood is Jood. Hij stuurt ze allemaal weg. Dus christenen worden beschermd voor de Romeinse vervolging
23:06 door het feit dat de Joden nog niet in opstand zijn gegaan tegen het Romeinse keizerrijk. Maar wat vervolg wat vervolgens gebeurt is dat het Romeinse rijk in de jaren 0 wel christenen begint te vervolgen en dat dat samenloopt in de jaren 0 met een toename van ehm rebellie van de nietchristelijke joden tegen de Romeinse bezetter. En al die dingen zijn geprofeteerd. Tenminste een groot deel daarvan is geprofeteerd. Bijvoorbeeld in Daniël hoofdstuk 9. We lezen even een gedeelte van Danië hoofdstuk 9 wat veel christenen, veel evangelische christenen en ik ga geen namen noemen, maar ze hebben grote bedieningen in Nederland. Ik geloof dat veel evangelisch christelijke leraren dit volstrekt verkeerd begrijpen. De 70 weken profetie van Daniël, daar lezen we in Daniël 9 vanaf vers 26:
23:52 "Na 62 weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed. En tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is: Hij zal voor velen het verbond versterken. Een week lang, halverwege de week, zal hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. En let goed op. Dan zegt hij er achteraan: "Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding die vast besloten uitgegoten zal worden over de verwoeste." Ik kan nu niet helemaal inzoomen op die 70 weken profetie van Daniël, maar ik kan je wel zeggen in grote lijnen en als
24:37 je wil ik daar nog wel een in de toekomst een uitgebreidere video over maken, maar ik kan zeggen dat dit een enorm krachtige profetie is gericht aan het volk Israël voor de komst van de Messias. Want Daniël die krijgt van de engel Gabriël de profetie dat er 70 weken zijn bepaald over het volk Israël en over de stad en over de tempel. En in die 70 weken gaat God een aantal dingen doen. Zes dingen. Maar die zes dingen, daar zullen we nu niet teveel op op inzoomen. Maar daar ligt eigenlijk al in de versen daarna een soort profetie dat de stad en het heiligdom voor een bepaalde periode herbouwd zullen worden. Want in de tijd van Daniël hè Daniël die leeft in de 6esde eeuw voor Christus. In de tijd van Daniël in de Babylonische ballingschap is de tempel vernietigd. Er is geen tempel. God geeft doormiddel van
25:25 de engel Gabriël aan: "Die tempel zal herbouwd worden. De tempel zal voor een periode van ongeveer 490 jaar zal herbouwd zijn en daarna zal de tempel opnieuw vernietigd worden en zal de stad te gronde gericht worden." Dat is wat Daniël hoofdstuk 9 zegt. En Paulus die weet dat. Paulus die weet dat die dingen nog moeten gebeuren ook in de jaren 50 na Christus. Zeker als het gaat om die vernietiging van de tempel. Want die is nog niet vernietigd. Jezus heeft dat ook aangekondigd in de Olijfbergreden, maar ook dat verwijst weer terug naar Daniël hoofdstuk 9. Waar gaan nou die 70 weken van Daniël hoofdstuk 9 over? Nou, het gaat daarover 70 zevens. Het gaat daar in de context van Daniël hoofdstuk 9 over eh profetische jaren. Want het is een reactie op de 70 jaren dat Israël in ballingschap zou gaan. Wat ook geprofiteerd was door de profeet
26:11 Jeremia. En wat Gabriël zegt tegen Daniël is dat er 490 jaar bepaald is voor het volk Israël en voor de heilige stad. En als je dat begint te tellen, want we moeten dat volgens die profetie beginnen te tellen vanaf het moment eh dat het decreet uitgaat tot herbouw van de stad. Nou, dat decreet, ik denk de beste interpretatie daarvan is dat dat decreet plaatsvindt in het jaar 457 voor Christus. Dan zie je dat ook in het boek Esra eh Artak Serkses, een Perzische eh bestuurder, het decreet uitvaardigt ook aan Esra om naar Jeruzalem te gaan en Jeruzalem en de tempel daar te herstellen. Wat vervolgens ook door Nehemia weer wordt voortgezet. Als je 69 jaarweken optelt bij dat
26:58 moment hè van het jaar 457 voor Christus, dan kom je uit in het jaar 27 na Christus. Het jaar waarin we denken, geloven dat de Here Jezus gedoopt werd, dat een allerheiligst iets gezalfd wordt. En wanneer je vervolgens dan begint te kijken naar die 70e jaarweek, waarvan dus veel dispensationele christenen zeggen: "Ja, die 70se jaarweek die moet nog plaatsvinden in onze toekomst." Wat volstrekt arbitrair is om te denken dat dat zo is, hè. Want de profeet Daniël die krijgt gewoon eigenlijk de profetie te horen van Gabriël: "Er zijn 70 weken bepaald over uw volk. Hè, dus om dan opeens tussen de 69e week en de 70se week een soort ehm kloof van 2000 jaar of langer te
27:43 plaatsen. Dat is een hele slechte interpretatie van de profetie van Daniël. Maar het punt is als je ziet dat de 70e jaarweek van Daniël begint in het jaar 27 naar Christus, dan zie je dus dat bij de doop en het begin van de bediening van Jezus wanneer hij zegt: "De tijd is vervuld, het koninkrijk is nabij, hè, als je dan die 3,5 jaar begint te tellen, dus dan kom je bij de helft van die 70se jaarweek, dan wordt het offer, het spijsoffer wordt en het gaanoffer, het slachtoffer wordt weggenomen." Hoe? doordat de Here Jezus het volmaakte offer brengt. En vervolgens 3,5 jaar daarna, wat gebeurt er dan? Dan zie je de steniging van Stefanus waarna ehm de christenen verstrooid worden uit Jeruzalem en het evangelie eigenlijk steeds meer naar de heidenen begint te gaan. Dus eh de de 70 weken profetie is een heel krachtige
28:30 profetie die uitmond in de bediening van de Here Jezus Christus. die uitmond in zijn kruisiging, zijn dood, het doorscheuren van het voorhangsel van de tempel, het wegnemen van hè Gods erkenning van de offerdienst omdat het volmaakte offer is gekomen. En vervolgens 3,5 jaar later eh het feit dat het evangelie bij de bij de dood van Stefanus, waar de apostel Paulus hè dan nog Saulus bij staat, eh vervolgens zie je dat het evangelie gaat naar Samaria, het evangelie gaat naar de Ethiopische kamer eh heer en het evangelie gaat vervolgens verspreid worden over de hele eh het hele Romeinse rijk, het hele Middellandse Zeegebied. Ehm en we zien eigenlijk daar het einde van de 70 jaarweken. Maar Daniel heeft ook gezegd dat na die 70 jaarweken of ergens na die
29:15 69e week dat de vernietiging van de stad en van de tempel zou gaan plaatsvinden tot die verwoesting is vast besloten. En dan het laatste stuk van Daniël 9. Er staat over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding die vastbesloten uitgegoten zal worden over de verwoeste. En Jezus geeft aan in de Olijfbergreden dat inderdaad die gruw van verwoesting zal gaan komen. Dat de tempel vernietigd zal gaan worden. En wanneer Paulus de 2 Thessalonicenzenbrief schrijft is dat nog niet gebeurd. Dus Paulus die zegt de parcia, de wederkomst van Jezus Christus kan nog niet zijn nu, want er zijn nog dingen die moeten gebeuren. En dat wat gaat gebeuren, dat is dat de tempel nog vernietigd moet worden. Dat de heilige stad nog vernietigd moet worden op basis van Daniël hoofdstuk 9. Nou, en wat is ervoor nodig voordat dat gebeurt? En
30:00 Paulus geeft aan: "Eerst moet de afval komen." Wat is dat? De Joodse opstand. De Joodse opstand vindt plaats in de jaren 0. De Joodse oorlog begint in het jaar 66 na Christus. die duurt nou ja tot na het jaar 70 na Christus, maar dan wordt de tempel eh vernietigd. En de aanleiding is in het jaar 66 na Christus dat de religieuze spanningen toenemen tussen de Joden en de Grieken en specifiek in Cesarea vanaf de jaren '0. Dat komt door de Romeinse belastingdruk. Het kwam door corruptie van lokale bestuurders. Het kwam ook door een incident waarbij een Romeinse procurator, Gessius Florus geld uit de tempelschatkist haalde wat leidde tot massale protesten. En dat zijn dingen die in begin de jaren '0 spelen in Judea. En die vervolgens uitmonden in de
30:46 zomer van 66 naar Christus in een soort opstand. Joodse rebellen die gaan in opstand tegen het Romeinse garnisoen in Jeruzalem. die verslaan dat ook en die krijgen de stad in handen. Vervolgens in het jaar 67 na Christus. Dan stuurt generaal Vespasianus later keizer Vespasianus op dat moment nog onder het keizerdom van Nero. Die stuurt een leger om de opstand neer te slaan. Dat is het moment dat de christenen vluchten weg uit Jeruzalem. Die ontsnappen door naar Pella te gaan. Maar in de 3,5 jaar daarna zie je dat de Joodse oorlog uitmond in het jaar 70 na Christus in de vernietiging van Jeruzalem, het in brandzetten van de stad en ook de vernietiging van de tempel. Want wat
31:31 gebeurt er precies? We weten vanuit Flavius Josefus dat de Romeinse soldaten in het jaar 70 na Christus ook binnenging in de tempel. En dan citeer ik of dan lees ik een citaat voor van Josefus die zegt: "En de soldaten nadat ze het heiligdom in brand hadden gestoken, brachten hun standaarden naar de tempel en plaatsten ze tegenover de Oostpoort. Daar brachten ze offers, let op, daar brachten ze offers aan die standaarden en riepen ze Titus uit tot imperator met luidgejuich." Nou, wat zijn nou die standaarden, die emblemen zou kunnen zeggen, die militaire vlaggen die de Romeinse soldaten in de tempel van God plaatsten. Nou, dat zijn dat zijn standaarden die te maken hebben met de keizercultus. De keizer werd in het Romeinse rijk aanbeden als God. En door
32:19 offers te brengen in dat allerheiligste gebouw van het Joodse volk wilden ze laten zien dat de God van de Joden onderworpen is aan hun God. En wie is hun God? de keizer. Dus ze brachten offers in het allerheiligste gebouw van de Joden, de tempel. Een gruwel in de tempel van de verwoester, namelijk van de Romeinse legers. Dat is die geul van de verwoester. De verwoesting van Jeruzalem, de verwoesting van de tempel en het gruwel voor de Joden dat er in de tempel, in hun allerheiligste tempel, offers worden gebracht aan de keizer. Nou, als we dan terugkomen in 2 Thessalonicenzen en we gaan dit opnieuw lezen, dan denk ik dat je beter begrijpt wat Paulus zegt. Hij zegt: "De parousia van Jezus
33:05 Christus kan nog niet komen. De wederkomst kan nog niet komen, want er zijn dingen die eerst moeten gebeuren. Die zijn ook aangekondigd door de profeet Daniël. Dat zijn dingen die door de Here Jezus opnieuw zijn herhaald in de Olijfbergreden. Dat zijn geen dingen die voor ons hier in het jaar 2025 nog in de toekomst liggen. Nee, het zijn dingen die betrekking hebben op de tempel van het Joodse volk. En dan lezen we opnieuw dat schriftgedeelte en dan laat ik je zien wat ik geloof dat de beste interpretatie is. Wij vragen u dringend broeders 2 Thessalonicen hoofdstuk 2 vanaf vers 1. Wij vragen u dringend broeders met betrekking tot de komst van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem dat u niet te snel aan het wankelen wordt gebracht of verschrikt niet door een uiting van de geest. Niet door een woord en ook niet door een brief die van ons afkomstig zou zijn alsof de dag van Christus al aangebroken zou zijn. Laat niemand u op enigerlei wijze misleiden, want die dag
33:51 die komt niet tenzij eerst de opstand, de rebellie gekomen is. De rebellie van niet een rebellie binnen de kerk tegen Jezus. Nee, de rebellie van het Joodsevolk tegen de Romeinse bezetter. Die twee die eigenlijk eerst vrienden zijn. Die twee die eigenlijk eerst met elkaar samenwerken. Die vrouw die gezeten is op dat beest, die als het ware samenwerkt met dat beest. Als we het boek Romeinen er of de Openbaringbrief erbij pakken, dan zien we ook die twee vijanden van de vroege gemeente, namelijk de ongelovige Joden en het Romeinse rijk. En eh de de toenemende vervolging vanaf Romeinen of Openbaring hoofdstuk 13 tegen ehm tegen de christelijke gemeente, tegen de overigen van het nageslacht van de vrouw. Die twee partijen die eerst met elkaar bevriend lijken te zijn, die samenwerken met elkaar, nu haaten de
34:37 beest. Nu begint het Romeinse rijk, de ongelovige Joden eh Jeruzalem te haten en begint oorlog te voeren en verbrandt haar. Nou, die dag komt niet. De paroesia komt niet tenzij eerst de afval, de rebellie gekomen is en de mens van de wetteloosheid. Ik geloof dat het hier gaat over de keizer van Rome. De keizer van Rome. Het gaat hier niet specifiek over Nero. Het gaat hier niet specifiek over Vespasianus. Het gaat niet specifiek over één keizer denk ik. Maar ik geloof dat het hier gaat over de functie van de keizer van Rome. De man die als God vereerd wordt in het Romeinse keizerrijk. De mens van de wetteloosheid, de zoon van het verderf. Denk aan Daniël hoofdstuk 9. Het verderf, de verwoester, degene die straks de tempel en en de stad Jeruzalem zal verwoesten, dat die zoon geopenbaard
35:24 is. De tegenstander die zich ook verheft boven al wat God genoemt of als God vereerd wordt. Wie is dat? Dat is de Romeinse keizer. De Romeinse keizer die verhief zich boven alle goden van alle volken die onderdeel werden van de Paaksromanen, die ingelijfd werden in het Romeinse rijk. Het was onderdeel in die tijd van het overwinnen van al die volken dat je ook zei: "Oneze God wordt jullie God." Hè, dus op het moment dat de Joden niet erkennen dat dat de keizer eigenlijk de allerhoogste heer is, ja, dan hebben ze alsnog een probleem. Dus er zit een spanningsvel. Er zit al die tijd al in de jaren eh 30, 40, 50, 60 zit daar een spanningsveld tussen de Joden en de Romeinen. Maar het is heel duidelijk dat als Paulus dit zegt, er eigenlijk maar één iemand is die aan het profiel voldoet in die tijd en dat is de keizer. Hij die zich verheft boven al
36:11 wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten. Nogmaals, de tempel stond gewoon nog in die tijd. Het is ver gezocht om dit te interpreteren als betrekking hebben op een soort eh tempel die in de toekomst vanuit ons gezien nog herbouwd zal worden in Jeruzalem. Dat is niet de context waarin Paulus de brief schrijft. Hij schrijft het in het jaar 52 naar Christus 18 jaar voordat de tempel vernietigd wordt. Dus het gaat over die tempel. Als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet. Nou, dat is vervuld in het jaar 70 na Christus, zoals ik net beschreef, met die Romeinse emblemen voor de keizer. Het feit dat zij offers brachten in de tempel van God aan de keizer. En u weet vers 6 wat hem nu weerhoudt, opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt. Nou, dit is best wel
36:57 cryptisch. Dit is best wel ingewikkeld te interpreteren. Maar ik geloof dat de beste interpretatie is. Wat weerhoudt hem nu? Is het feit dat de Joden nog niet in opstand zijn gegaan tegen de Romeinse bezetter. waardoor de Romeinen op dat moment nog niet een onderscheid maken tussen christenen en joden. En dat zorgt voor een relatieve bescherming van de christenen omdat de Joden werden getolereerd door de Romeinse bezetter. Je ziet in de jaren 0 dat dat onder druk komt te staan. Dat christenen wel vervolgd gaan worden onder keizer Nero die eigenlijk voor het eerst daarmee onderscheid begint te maken tussen christenen en joden. Die christenen in brand gaat zetten en hen de schuld geeft van het in brand staan van de stad Rome. Iets wat hij vermoedelijk zelf heeft gedaan. Ehm hij in zijn tuinen verbrandde hij christenen, eh bekledde hen met dierenhuiden, organiseerde hij
37:43 spelen. Er vond een verschrikkelijke christenvervolging plaats. Die christenvervolging die begint vanaf het jaar 64 na Christus onder Keizer Nero en duurt ongeveer tot zijn dood in het jaar 68 na Christus een periode van 3,5 jaar. En als je het boek Openbaring goed bestudeert, dan herken je dat waarschijnlijk als iets wat ook in Openbaring hoofdstuk 13 wordt beschreven. Maar dat is dus het punt. Er staat in vers 6: "U weet wat hem tegenhoudt opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt." Want het geheimenis van de wetteloosheid is al werkzaam. Wat wat ik geloof dat Paulus zegt is: "De keizer van Rome is eigenlijk al wetteloos. Ook al suggereert het Romeinse rijk dat er een soort wetgeving is, ten diepste is er sprake van een kwaadaardig zondig hart ook in de keizer van Rome. De kwaadaardigheid tegen de
38:31 wet van God, tegen hen die de geboden van God bewaren, tegen de volgelingen van Jezus Christus. Die kwaadaardigheid die is er, maar die is nu nog niet zo geopenbaard zoals die geopenbaard zal worden in de jaren 60 bij de vervolging van de christelijke gemeente vanaf het jaar 64 na Christus tot 68 na Christus. 3,5 jaar onder keizer Nero en en ook na het jaar 70 bij de vernietiging van de tempel de vele decennia daarna van christenvervolging in het Romeinse rijk waar Eisebius ook over spreekt. Maar Paulus zegt: "U weet wat hem nu weerhoudt opdat hij op zijn eigen tijd geopenbaard wordt." Want het geheimenis van de wetteloosheid, het is al werkzaam. Er is al een aversie aan het ontstaan in het hart van de keizer. Op dat moment Claudius hè, later Nero, later Vespasianus. Het is al werkzaam, maar er is nog iets wat hem weerhoudt totdat hij uit het
39:17 midden verdwenen is. En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. Bij de vernietiging van van de ongelovige Joden in het jaar 70 na Christus, de vernietiging van de tempel, dan verandert de aandacht van de keizer weg van de Joden naar de christenen. En zie je dat bijvoorbeeld de vervolgingsperiode onder Domitianus en en verschillende keizers daarna alles wat beschreven wordt door Eucius, de vele eigenlijk wel wat 250 jaar van ernstige vervolging van christenen in het Romeinse rijk. Je ziet dat dat eigenlijk begint vanaf de jaren 0 na Christus wanneer de keizer onderscheid begint te maken tussen de Joden en de christenen en de christelijke gemeente verder en verder groeit terwijl de Joodse tempel vernietigd is. Vers 8. Dan zal de wetteloos geopenbaard worden. Openbaring hè, de Apocalypsis. Eh iets
40:05 waarvan ik geloof dus dat het boek Openbaring ook spreekt. De wetteloze zal geopenbaard worden. Openbaring hoofdstuk 13. De Here zal hem verteren door de geest van zijn mond en hem te niet doen door de verschijning bij zijn komst. Hem wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is. Met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen. Waar gaat dit over? Dit spreekt waarschijnlijk over de keizercultes die ook al speelden in de jaren 0. Want er waren ook priesters die mensen opdroegen om de keizer te aanbidden. De keizer moest aanbeden worden als God. Op het moment dat jij niet meeging als christen ook in Klein Azië of elders in het Romeinse rijk. Als jij niet meeging in de overtuiging dat eigenlijk de keizer Heer was, dat hij God was. Ja. Dan werd jij in de maatschappij werd jij gezien als een tweedeangsburger en zelfs
40:52 vervolgd. Christenen moesten eh een offer brengen aan de keizer. Als ze dat niet deden, dan werden zij vervolgd. En eh sommige christenen zeggen dat dat pas dat pas begon bij Domicianus, maar we hebben geen echte aanwijzingen om dat te denken. Waarom zou die christen vervolging onder Nero niet ook al in het hele Romeinse rijk soortgelijke effecten hebben gehad? Hè, dus ehm dat is denk ik waar Paulus het hier over heeft. De wetteloze wordt geopenbaard en de Here zal hem verteren door de geest van zijn mond. Let op, de geest van zijn mond. Wat betekent dat? De prediking van het evangelie in het Romeinse rijk zal ervoor zorgen dat de keizer op het punt staat op een gegeven moment te verdwijnen en het koninkrijk van Jezus Christus langer zal bestaan dan het Romeinse rijk. En dat is ook wat er gebeurd is in de geschiedenis hè. Dus Jezus Christus overwint, lezen we ook
41:38 Openbaring hoofdstuk 19. Niet door kracht of geweld, maar door de prediking van het evangelie, door het zwaard van zijn mond. En dat is wat de grote opdracht is. En die grote opdracht die is alleen maar verder vervuld in het jaar 70 na Christus bij de vernietiging van de tempel. Doordat christenen nog meer verspreid werden in de hele wereld en het evangelie overal predikten. Vers 9. Hem wiens komst overeenkomstig de werking van Satan is. Hè, denk aan Openbaring hoofdstuk 13. De satan die geeft zijn macht, zijn gezag aan het beest. Op dat moment denk ik dat het dan gaat over Nero en bevestigt de autoriteit het gezag van Nero met allerlei krachttekenen, wonderen van de leugen? Hè, we weten ook dat ehm in het Romeinse rijk de overtuiging bestond dat dat bijvoorbeeld het het de goddelijkheid van Julius Caesar werd
42:24 bevestigd door bepaalde tekenen in de hemel, hè. Dus eh denk bijvoorbeeld aan de verschijning van een komeet bij de dood van Julius Caesar die geïnterpreteerd werd als zijn opname onder de goden. Dus de Romeinen die geloofden dat er bepaalde tekenen waren die bevestigden de goddelijkheid van de keizer. En hier lezen we dat daar ook naar wordt gerefereerd om eh die wetteloze kracht bij te geven, hè. Dus te bevestigen in zijn gezag. Vers 10. en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden. Dus samenvattend, ik geloof dat het de beste interpretatie van 2 Thessalonicens hoofdstuk 2 is dat Paulus eigenlijk zegt: "Denk niet dat de paroesia nu al komt. Denk niet dat de wederkomst van Jezus Christus al komt.
43:09 Want er zijn dingen die eerst moeten gebeuren. Die dingen zijn ook aangekondigd door de profeet Daniël. Die dingen zijn aangekondigd door de Here Jezus zelf in de Olijfbergreden. Namelijk wat? de vernietiging van Jeruzalem en de vernietiging van de tempel door die mens van wetteloosheid die zichzelf God noemt of als God vereerd wordt die in de tempel zal gaan zitten en de tempel zal vernietigen. En wie is dat? Dat is de keizer. En Paulus zegt: "Die dingen zullen pas gaan gebeuren wanneer de opstand gaat plaatsvinden van de Joden tegen de Romeinse bezetter waarna de Romeinse legers Jeruzalem zullen omringen." De geul, waarvan ook Daniël spreekt: "Als je dat ziet gebeuren, vlucht weg uit de stad, hè. Eh ga naar de bergen toe. Blijf niet in de stad. Denk niet dat je veilig bent in de stad, want de stad zal vernietigd worden." Paulus weet het. Paulus weet het
43:55 misschien niet eens omdat het hem persoonlijk is geopenbaard. Hij weet het omdat Jezus Christus die die profetie heeft gegeven. Hij weet het omdat dat allemaal binnen één generatie moest gaan gebeuren. Zoals Jezus zei, deze generatie zal niet voorbijgaan voordat al deze dingen geschiet zullen zijn. De profeet Daniël had aangekondigd dat na die 70 jaarweken dat dit zou gaan gebeuren. En Paulus zegt: "Jezus kan nu nog niet komen, want deze dingen moeten eerst nog gebeuren." De mens der wetteloosheid, hij is al werkzaam. Het principe speelt al, maar het wordt ten diepste pas geopenbaard in de jaren 0 bij de opstand van de Joden tegen de Romeinen. En dan zie je dat dat die clash gaat plaatsvinden. Dat dat beest, dat Romeinse rijk, die Romeinse keizer, die zal de vrouw haten die op haar rijdt. En laten nu dit precies de twee partijen zijn die betrokken zijn geweest
44:42 ook bij de kruiziging van Jezus Christus en die het oordeel zullen ondergaan van God. Wat ook in het boek Openbaring wordt aangekondigd, hè, de de boekrol, de verzegelde boekrol die het oordeel bevat tegen de stad Jeruzalem en het kleine boekje die een oordeelsprofetie bevat tegen het Romeinse rijk en tegen de heidenvolken. En allebei die allebei die vijanden van het evangelie zullen overwonnen worden waarna het evangelie vrijelijk heel de aarde zal vervullen en tot slot de Here Jezus weder zal komen. En daar zien wij ook vandaag de dag nog naar uit. Maar de mensen die nu in Nederland 2 Thessalonicense hoofdstuk 2 uitdragen als iets wat nog allemaal moet gebeuren. Er moet nog een derde tempel worden gebouwd eh en eh de gemeente wordt plots weggenomen en dan zullen z
45:27 jaar van verdrukking plaatsvinden. Hè, wat ik dus zie als een misinterpretatie van Danië hoofdstuk 9. mensen die dat allemaal verkondigen. Ik denk dat zij zich daar eigenlijk ehm teveel mee bezig houden en niet datgene doen wat wij eigenlijk zouden moeten doen of tenminste niet in in voldoende mate de focus hebben in datgene wat we eigenlijk zouden moeten doen. En wat is dat? Het evangelie van Jezus Christus prediken aan alle volken. Alle volken opdragen zich te onderwerpen aan de geboden van Jezus Christus. De geboden van God. Hem te erkennen als koning der koningen. En waar zien wij nu naar uit? Wij zien uit naar de wederkomst van Jezus Christus. En meteen daarbij de opstanding van de doden en het laatste oordeel waarna de eeuwige toestand zal beginnen. Dus ook kijk als jij predikt bij die verborgen
46:14 paroesia, die verborgen wederkomst van Jezus Christus dat daar na de aarde nog zal doorbestaan, dan heb je eigenlijk geef je nog een soort valse hoop aan de wereld om ons heen. Waarom? Omdat ze geen tijd hebben daarna. Wanneer Jezus komt, dan is daar geen tijd meer om je te bekeren. Wij moeten nu mensen opdragen zich te bekeren. Niet omdat ze anders de opname misschien mislopen. Nee, omdat ze anders zullen staan voor de oordeelstroom van Jezus Christus wanneer Hij komt. Want de kerk heeft altijd beleden in de geloofsbelijden dat de kerk uitziet naar de wederkomst van Jezus Christus, de opstanding van de doden, het laatste oordeel en daarna de eeuwige toestand. Ik hoop dat ook in de evangelische wereld in Nederland dat mijn uitleg van 2 Thessalonicens hoofdstuk 2 en nogmaals dat is niet mijn uitleg hoor. Er zijn mensen zoals Kenneth Gentry, Greg Baansen en vele theologen uit de uit de
46:59 uit de 16e, 17e, 18e eeuwen, 19e eeuwen die lang voordat Darby kwam met eh dispensationele eschatologie, lang daarvoor, lang voordat überhaupt de doctrine van een verborgen opname in de kerkgeschiedenis binnensloop in de 19e eeuw, lang daarvoor al onderwezen wat ik nu onderwijs als de juiste interpretatie van 2 Thessalonicens hoofdstuk 2. Ik kan ook fouten maken, maar ik denk dat dit een veel beter onderbouwde interpretatie is dan wat veel evangelische predikanten vandaag de dag prediken. Ik hoop dat dit je tot zegen is. Ik hoop dat het je helpt en ik hoop dat het je versterkt om trouw te zijn in datgene wat wij wel zouden moeten doen nu. En dat is eh niet speculeren over een verborgen opname van de gemeente, maar het evangelie prediken. En ook in ons land, net als
47:45 Charlie Kirk, alle mensen overal opdragen niet alleen om zich te bekeren tot Jezus Christus, maar hem te erkennen als koning en zich te onderwerpen aan zijn morele geboden. Ik hoop dat dit je tot zegen zal zijn. Tot de volgende keer. Was deze video nuttig voor jou? Druk dan op like. En wil je vaker dit soort apologetische video's zien, abonneer je dan op dit kanaal. Tot de volgende keer. [Muziek]